4 x Inspiratie

Waarom was zwemmer Maarten van der Weijden zo succesvol tijdens de Olympische zomerspelen van Peking 2008? Wat kom je allemaal tegen als je een berg van 8.000 meter beklimt? En wat heeft dat te maken met jouw loopbaan, persoonlijke ontwikkeling en je vakmanschap? Tijdens de Meester in je Werk-week organiseerde het A+O fonds Gemeenten vier inspiratieworkshops.

Maarten van der Weijden werkt droomscenario af

“Is het leven maakbaar? Nee! Maar ….”

Is het leven maakbaar? Nee, stelt Olympisch kampioen Maarten van der Weijden. “Want soms gaat het niet zoals je zou willen.” Hij voegt er wel direct een belangrijke ‘maar’ aan toe.

Toen hij acht jaar was, zat de kleine Maarten op atletiek, schaatsen, volleybal, voetbal en judo. “Dat kwam door mijn vader. Hij wilde meegeven dat ik de meester over mijn eigen leven ben, maar dat ik daar wel keihard voor zou moeten werken. Sport leek hem de perfecte manier om mij die les bij te brengen.”
De meeste van die sporten vond hij niet eens leuk om te doen. “Want ik ben van nature nogal lui.” Wat hij wel leuk vond? “Zwemmen. Omdat ik dat sneller kon dan mijn zus. En omdat ik, naarmate ik dat vaker ging doen, ook af en toe ging winnen.”

‘Pap, hoe kan dit?’
Rond zijn 17e veranderde er iets. Maarten werd puber en zijn schoolcijfers gingen rap omlaag. “En op een dag riep mijn vader mij bij zich, want hij zag dat het niet goed ging. Hij zei: ‘Maarten, alles wat jou in het leven zal overkomen, daar ben je zelf verantwoordelijk voor’."
Die les van zijn vader galmde constant door zijn hoofd toen Maarten twee jaar later te horen kreeg dat hij leukemie had. “Ik weet nog dat ik in dat ziekenhuis lag, met mijn vader en moeder op klapstoeltjes naast mijn bed. ‘Pap, hoe kan dit?’ vroeg ik aan mijn vader. Want ik was toch verantwoordelijk voor alles wat mij zou overkomen?”

‘Ik geloof erin. Maar …’
Gelukkig kwam het allemaal goed. Maarten herstelde, op wonderbaarlijke wijze. “En in die periode dat ik ziek was heb ik lang nagedacht over wat ik echt wilde.” Aanvankelijk had hij zich voorgenomen om elke dag te leven alsof het zijn laatste dag was. Maar dat werkte niet. "Ik kwam erachter dat elke dag min of meer hetzelfde was. Ik moest weer een doel hebben. En ik koos voor zwemmen. Als ik het beste uit mezelf haal, dan leid ik een fijner leven, was de achterliggende motivatie.”
Op een dag kreeg hij bezoek van zijn zwemcoach Marcel Wouda. ‘Geloof jij erin dat wij op het onderdeel 10 kilometer zwemmen het olympische podium kunnen halen?’, vroeg hij aan Maarten. Maarten dacht lang na. “Ik weet dat ik niet de snelste zwemmer ben. Dus ik zei: ‘Ja, ik geloof erin. Maar de kans op succes is wel heel erg klein. Alleen als de anderen een slechte dag hebben en wij boven onszelf uitstijgen, dan kan het gebeuren.”

‘Er gebeurt zoveel buiten onze macht om’

Hoogtetent en lichtbril
Vanaf toen bestond het leven van Maarten uit zwemmen, slapen en eten. “Ik brak mijn studie wiskunde af en lag elke dag ruim zeven uur in het zwembad.” Zijn zwemcoach had bovendien een onconventioneel programma voor hem bedacht. Marcel: “Hij wilde dat ik in een hoogtetent sliep, omdat mijn lichaam dan meer rode bloedlichaampjes zou aanmaken. Dat was een heel klein tentje met een zuurstofapparaat dat veel herrie maakte. Daar moest ik maar liefst 17 uur per dag in verblijven.” Daarnaast liep hij de laatste maanden voor de spelen op advies van zijn coach ‘s morgens met een lichtbril op. “Ik ben namelijk geen ochtendmens en de zwemfinale stond juist in de morgen gepland. Met een lichtbril zou mijn lichaam daaraan kunnen wennen.”

Als … dan …
Hoe het is afgelopen, weten we inmiddels allemaal. Maarten won de finale en pakte op miraculeuze wijze Olympisch goud. Een droomscenario. “Mijn coach speelde daarin een cruciale rol”, blikt hij terug. “Hij had al die tijd heel goed naar mij als persoon gekeken. Zeventien uur per dag in een hoogtetent kan Maarten wel hebben, want hij is goed in zichzelf vermaken, redeneerde hij. En: Maarten vindt het niet erg om anders te zijn, dus zal hij het ook niet erg vinden om met zo’n gekke lichtbril op te lopen. Daar heeft Marcel Wouda steeds goed naar gekeken.”
Eind goed, al goed dus. Maar is het leven daarmee maakbaar? Had zijn vader gelijk? Maarten: “Nee. Er gebeurt zoveel buiten onze macht om. Maar ik weet wel: als we genoeg tijd nemen om na te denken wie we zijn en wat we echt willen, en als we dan een coach hebben die met ons meedenkt en speciaal met ons een plan op maat ontwerpt, dan maakt dat de kans op succes wel een stuk groter.”

Bergbeklimmer Katja Staartjes leert op grote hoogte:

‘Met vertrouwen en commitment kom je verder’

Bergbeklimmen is het leven in een notendop. Onderweg kom je van alles tegen. Ontberingen, tegenslag, weerstand, jezelf… Welke lessen leer je allemaal op 8.000 meter hoogte? En wat kunnen wij daarmee in onze praktijk van alledag? Katja Staartjes over het belang van persoonlijk leiderschap.

In 2004 vertrekken Katja en haar echtgenoot Henk Wesselius naar Pakistan om de Gasherbrum op 8.068 meter hoogte te beklimmen. Niet zomaar een klimmetje, want van elke dertien bergbeklimmers die deze tocht maken komt er één niet levend terug.
Met twee Pakistani die de weg kennen, vetrekken zij naar een basiskamp, waar ook andere klimteams verblijven. Vanaf daar begint een barre tocht, vol angstige avonturen, tegenslagen, erbarmelijke klimatologische omstandigheden en gelukkig ook een euforisch slotmoment.

Helder doel
Het is niet de eerste keer dat Katja in haar missie slaagt. Eerder wist zij ook al de Cho Oyu in Tibet en de Mount Everest te bedwingen. Wat drijft haar om steeds maar weer die bergreuzen te willen beklimmen, wetende dat haar lichaam na afloop minstens twee maanden moet herstellen? Katja: “Allereerst geniet ik van de krachten van de natuur en de nietigheid van de mens. Verder hou ik ervan me fysiek in te spannen. Daarbij komt: klimmen gaat vaak gepaard met een helder doel. Je gaat van A naar B, en alles wat je nodig hebt zit in de rugzak. Lekker simpel dus.” Ook geniet zij van de momenten van zelfreflectie onderweg: “Je leert wat echt belangrijk is.” Maar het mooiste van alles, dat is de verbondenheid met elkaar, vindt zij. “Je bent van elkaar afhankelijk onder extreme omstandigheden. Dat zorgt voor een enorme verbondenheid.”

‘Je bent van elkaar afhankelijk onder extreme omstandigheden’

Levenswijsheden
Elke tocht doet Katja een reeks nieuwe inzichten en levenswijsheden op. Zo weet zij bijvoorbeeld uit ervaring hoe belangrijk het is om in mogelijkheden te blijven denken, ook als de tent opnieuw is ingesneeuwd (met de spade natuurlijk in de tent), om flexibel te zijn, om positief te blijven. “Ook is het belangrijk om van tevoren het gemeenschappelijke doel scherp te stellen. Willen we bijvoorbeeld allemaal de top halen, of is twee personen al genoeg? Dat soort dingen moet je goed doorspreken met elkaar.”
Nog zo’n mooie: je moet weten wanneer je jouw ambities moet bijstellen, en waar je beter geen energie in kunt stoppen. Katja: “Er zijn bijvoorbeeld zaken waar je geen invloed op hebt, zoals op het klimaat. Als je iets niet kan veranderen, dan is het zaak dat los te laten en te versimpelen, heb ik geleerd.”

Drie succesfactoren
Waarom Katja deze en vele andere tochten steeds succesvol tot een goed einde weet te brengen? Zij noemt drie belangrijke succesfactoren. “Allereerst zorgen we ervoor dat we de basis goed op orde hebben. Dan heb ik het over het materiaal dat we meenemen, over de logistiek. Daar moet niets op aan te merken zijn.” Daarnaast zijn het de mensen die op een expeditie het verschil maken. Katja: “Er moet in het team sprake zijn van bezieling, bevlogenheid, passie en eigenaarschap.” En als je dan ook nog lekker samenwerkt, vertrouwen in elkaar hebt en commitment toont, dan kom je echt verder.” Dus eigenlijk net als in het ‘echte’ leven.

Judith Webber rekent af met non-talenten:

‘Meesterschap in werk gaat over plezier en energie’

Pas als je werkt met plezier, kun je er beter in worden. Dat zegt Judith Webber. Maar vaak heb je binnen je functie werkzaamheden te doen die je helemaal niet wil of kan. Non-talents, noemt Judith dat. Daarmee stoppen geeft ruimte voor activiteiten die wel energie geven.

In twaalf jaar twaalf functies bij twaalf bedrijven. Judith Webber sprong tussen 1996 en 2008 als hr-adviseur van baan naar baan. Zoekend naar wie ze was, wat ze kon en wat ze leuk vond. Ze noemt zich – met terugwerkende kracht - ‘nogal hopperig’. “Vaak zitten mensen op plekken waar ze niet kunnen tonen wat ze kunnen. Of vanuit het perspectief van de organisatie: waar niet wordt uitgehaald wat er in zit. Dat gold ook voor mijzelf.”

Plezier en energie
Werken ‘in lijn met jezelf’, dat is de kunst. “Dat betekent: de klussen doen die je leuk vindt. Maar vooral: de zaken niet doen die je niet leuk vindt.” Judith: “Meesterschap in je werk gaat over plezier en energie. Als je er geen plezier in hebt, kan je er niet goed in worden. Dat betekent dat je ervoor moet zorgen dat jouw werkzaamheden je energie geven. En dat ze niet alle energie bij je wegnemen.”
Volgens Judith zijn organisaties opgebouwd uit hokjes: een functiebeschrijving en een hele reeks aan competenties. Maar niemand past daar 100 procent in. Judith: “De organisatie wil de medewerker in deze hokjes duwen. De medewerker wil in het hokje passen. Want dat betekent: gezien worden, ergens bij horen, veiligheid. Maar zit je eenmaal in zo’n hokje, dan zijn er steevast activiteiten binnen die functie die je niet leuk vindt. En er zijn dingen die je wel leuk vindt, maar die niet bij de functie horen. En daar begint het te wrikken. Want kan je er dan nog wel uithalen wat er in zit? Heb je er voldoende plezier in?”

‘Voor mij is schrijven van beleidsstukken een non-talent.
Dat is een klus die ik steevast uitstel.’

Non-talents
Non-talents, noemt Judith dergelijke activiteiten die je in een functie moet doen, maar waar je geen plezier in hebt. Judith over zichzelf: “Ik ben een behoorlijk praktisch ingesteld persoon. Voor mij is het schrijven van beleidsstukken zo’n non-talent. Dat is een klus die ik steevast uitstel.”
Het schrappen van non-talenten in je werk geeft ruimte voor de activiteiten waar je wel energie van krijgt, waar je plezier in hebt, waarbij je talenten worden benut, is de stelling van Judith: “Breng voor je werkgever je talenten en non-talenten in kaart. Biedt dat aan. Als het helemaal niet past binnen de organisatie, stel jezelf dan de vraag: ‘Zit ik hier nog wel goed.’ Zo niet, zoek dan iets anders. Er is altijd een plek waar je waarde kunt toevoegen.”

Patrick van Veen over wat we kunnen leren van apengedrag

‘De groep is altijd belangrijker dan het individu’

De wereld is complex en verandert continue. Dit vergt veel van organisaties en werknemers. “Maar”, stelt gedragsbioloog Patrick van Veen, “we kunnen veel leren van de dierenwereld. Coalities zijn cruciaal. En … vergeet niet te vlooien.”

Patrick stelt dat we ons geen zorgen moeten maken over al de veranderingen die continue op ons af komen. “Ik vertel tegen studenten altijd dat we twintig jaar geleden nog werkten met semafoons, dat e-mailen niet bestond en dat we geen internet hadden. Ze denken dan dat ik uit de oertijd kom. Vergeet dus vooral niet dat we ons redelijk moeiteloos aanpassen aan negentig procent van de veranderingen. We klagen alleen zoveel over die lastige tien procent dat we dat vergeten.”

Overeenkomsten met apen
Patrick studeerde zo’n 25 jaar geleden af als gedragsbioloog, maar ging bij een verzekeringsmaatschappij werken omdat hij in zijn vakgebied geen droog brood kon verdienen. Als getraind observator viel hem al snel op dat het gedrag van zijn collega’s sterke overeenkomsten vertoonde met de apen die hij in zijn studietijd bestudeerde. Niet zo gek ook, want genetisch gezien verschillen wij mensen maar zo’n 1,5 procent van aapsoorten.
Inmiddels is hij eigenaar van het bedrijf Apemanagement en veelgevraagd spreker op congressen, opleidingen en in de media. Hij geeft aan de hand van apengedrag 6 tips hoe te floreren in de kantoorjungle.

‘We moeten veel meer vlooien’

1. Zet groepsbelang voorop
Zonder groep overleven apen niet. Wij mensen overleven dat wel, maar we floreren niet. Bedenk dat zonder de anderen uit je team of afdeling jouw expertise en vaardigheid van minder waarde is. Vergelijk het met de chirurg; zeer hoog opgeleid en een gewaardeerd lid van een operatieteam, maar zonder zijn secretaresse, anesthesist en operatieassistent begint hij niets. De groep is dus belangrijker dan het individu. Deel daarom kennis en contacten; in het belang van de groep. En sluit slimme coalities; als vrouwtjes samenwerken heeft het veel sterkere mannetje niets meer tegen ze in te brengen.

2. Wees respectvol
In de apenwereld mag je elkaar een flinke mep verkopen als je iets niet zint, dat is op kantoor niet aan te raden. Vrouwen wegkapen bij de buurman mag ook niet. Wat wel? Oordeel niet te snel op gedrag maar onderzoek wat er achter dat gedrag zit. Doe dat zonder vooroordeel, waardeoordeel, projectie of interpretatie. Dit hoeft geen uitgebreid onderzoek te zijn. Observeer gewoon goed.

3. Wees loyaal aan de leider
Maak een heldere verdeling wie op welke punten de leiding neemt en erken en accepteer dat leiderschap ook. Krijg duidelijk of er ook informele leiders zijn die eigenlijk de dienst uitmaken. En kies indien nodig leiders op basis van expertise en kennis. Bij bavianen kan een tandeloos oud wijfje leiderschap nemen als het gaat om het zoeken van voedsel. Andere apen accepteren dat. Als apen net als mensen zouden werken (lees: besluiten frustreren, ‘ja maar’ blijven zeggen, etc) zouden die groepen apen verhongerd zijn.

‘Deel je kennis en sluit slimme coalities’

4. Neem verantwoordelijkheid
Pak je rol, neem je verantwoordelijkheid. Wees duidelijk en geef richting. Neem beslissingen, ook als ze niet geliefd zijn of als ze een risico in zich dragen. En laat projecten, procedures, privileges, autorisaties en al die andere ‘kindjes’ waarmee je grip probeert te krijgen los als ze niet werken.

5. Communiceer
Wees duidelijk, ga het gesprek aan en durf conflicten aan te gaan. We zijn veel te indirect en voorzichtig. Je hoeft er niet als een aap op los te timmeren, maar ga wel verbaal de discussie aan. Zeker als er allerlei afspraken worden gemaakt die toch niet nagekomen worden. Spreek elkaar daar op aan, dit is van cruciaal belang voor een gezonde organisatie. Conflicthantering moeten we opnieuw leren. En heel belangrijk: na het conflict is er tijd voor koffie en verzoening.

6. Investeer in relaties
Apen vlooien elkaar zo’n twee uur per dag. En niet omdat ze vlooien of parasieten hebben! Met vlooien werken ze aan hun relatie, bieden ze vertrouwen en veiligheid. Mensen zouden dit ook veel meer moeten doen, zeker op de werkvloer. Drink een kop koffie met elkaar, zeg goedemorgen, maak een praatje, ook in de lift. Wees betrokken, je krijgt er een betere werksfeer voor terug.