Daarom GPL

Sinds dit schooljaar werkt een groep van 75 leerlingen volgens gepersonaliseerd leren (GPL). Dit gebeurt in een pilot. Zo doet het Fioretti College in Lisse inzichten en ervaringen op met GPL. Daarmee kan het GPL vormen naar een eigen stijl waarbij leerlingen, ouders en docenten zich prettig voelen en de gestelde doelen kunnen bereiken.

Wat is gepersonaliseerd leren?

We kennen differentiëren, daarna kwam vraaggestuurd onderwijs, gevolgd door competentiegericht onderwijs en onderwijs op maat. Nu is er de term gepersonaliseerd leren. De term stamt al uit 1968, maar sinds enkele jaren is hij weer terug. Het gaat ervan uit dat elke leerling op zijn eigen niveau kan leren waar, wanneer en hoe het wil. Het doet beroep op verschillende leerstijlen en intelligenties. Het moet de motivatie van leerlingen vergroten, omdat het uitgaat van zijn eigen drijfveren waarbij hij direct feedback krijgt op zijn werk. Tenslotte bereidt het meer voor op de 21st Century Skills, waarin leerlingen met moderne middelen zelfredzaam zijn en voorbereid op veranderingen.

Verwondering

In plaats van docenten die de hele les wat vertellen, gaat gepersonaliseerd leren om verwondering bij het kind losweken. Zo stelt Mark de Kievit, conrector bovenbouw bij Fioretti.

Daan Schuijt | Docent geschiedenis, projectleider GPL

Vanuit achterstand naar de toekomst

Zelfredzame leerlingen
Het gaat bij GPL niet om tienen halen, maar om vaardigheden voor de toekomst, zo legt Daan Schuijt uit.

Het Fioretti College kampte ruim vijf jaren geleden met magere eindexamenresultaten. Samen met de komst van een nieuwe rector en de behoefte aan een duidelijk profiel, was dat aanleiding voor ‘het Fio’ om met gepersonaliseerd leren (GPL) te beginnen in een pilot, vertelt Daan Schuijt, samen met Claire Lièvre de la Morinière projectleider GPL.


“Met name op het VWO zagen we resultaten in de knoop raken. We gingen kijken naar resultaatgericht werken. Daardoor hielden we de essentie van toetsen tegen het licht: wat toets je, wat leer je? In drie jaar bouwen we 300 testresultaten op, en dan nog stelden we ons in 3VWO de vraag of het een VWO-leerling was.

Drie R’en
In die tijd kwam de nieuwe rector, Astrid Buijs, die in het eerst jaar zag hoeveel wij aan studieplus, internationale reizen, inspiratielezingen en allerlei andere activiteiten deden waarin de leerling centraal stond. Maar allemaal buiten de lessen om. Vanuit haar expertise over onderwijs en onderzoek bekeek ze hoe ze de visie kon inpassen in onze school. Deze visie is vertaald naar drie R’en: richting, ruimte en relatie. In samenspraak (met mentor, vakdocent, ouder) kies je richting (waar ga je naartoe, waar ligt je talent, wat motiveert je) met ruimte (om keuzen te maken).

Gepersonaliseerd leren volgt ook uit mijn eigen overtuiging. Ik geef de afgelopen jaren les op 3-, 4- en 5-HAVO. In 3-HAVO maken kinderen een keuze, 4-HAVO is vaak een struikeljaar en in 5-HAVO moeten ze nadenken over hun toekomst en wat ze met hun diploma gaan doen. Kinderen moeten zelf besluiten kunnen nemen.

Meer dan windowdressing
Daarnaast speelt een externe reden voor gepersonaliseerd onderwijs: we zitten in een groot concurrentiegebied op het terrein van met name HAVO/VWO-leerlingen. Om ons heen zijn goede scholen waaruit ouders kunnen kiezen. Dan moet je als school een duidelijk profiel hebben. Dat profiel moet meer zijn dan alleen windowdressing, het moet echt onderwijsinhoudelijk zijn.

Gepersonaliseerd leren haalt leerlingen uit de consumptiestand. De Inspectie gaf destijds aan dat we te weinig met de leerlingen bezig waren. Ook de tevredenheidsenquêtes onder leerlingen lieten zien dat ze school als een gevangenis ervaarden en weinig inbreng voelden. GPL moet dat veranderen. Het is alleen ongrijpbaar: je wilt dat kinderen meer zelfredzaam zijn. Je geeft leerlingen waardevolle elementen mee die verder gaan dan een 7 of een 8 halen.

Luisteren en verbeteren
De vraag is nu of en hoe we doorgaan met GPL. We gaan ermee door wanneer collega’s er vorm aan kunnen geven. Het moet uitvoerbaar zijn. Het is goed om steun van ouders te hebben, maar de mensen die voor de klas staan, moeten het doen. Daarom luisteren we naar bezwaren om te kijken hoe we de uitvoering kunnen verbeteren.”

Zij werken al met GPL

Er zijn scholen die al ervaring hebben met gepersonaliseerd leren. Een leerkracht uit het basisonderwijs, een docent uit het voortgezet onderwijs en een ouder met een kind dat met gepersonaliseerd leren werkt, vertellen hun ervaringen.

Jorien Heemskerk

‘Leerlingen hebben nu meer succeservaringen’

Jorien geeft les aan groep 8 van basisschool De Leerwinkel in Hillegom. Kinderen van verschillende niveaus werken samen met elkaar en hebben meer plezier in leren dan in het klassieke systeem.

 

In de kleine klas van Jorien met 14 leerlingen tref je alle niveaus aan, van VMBO met leerwegondersteuning tot en met VWO. Ze differentieert naar drie niveaus. Jorien: “Mijn drijfveer voor gepersonaliseerd leren is de vraag hoe ik elk kind kan uitdagen, zonder dat hij het gevoel krijgt dat het niets kan.”

Moeilijk
Na een kwartiertje afspraken maken met de hele groep, geeft Jorien per niveau in een kwartier instructie aan de leerlingen. Kinderen die boven het niveau zitten, krijgen kort de basiskennis mee en daarnaast extra uitdaging. “Uitdaging kan moeilijk zijn, maar moeilijk betekent niet dat je iets niet moet doen. We willen juist dat ze tegen een muur aanlopen. Dan leren ze.”

Jorien werkt met Snappet, een computerprogramma voor spelling, taal en tekenen. Na tien goed ingevulde vragen, krijgt een kind moeilijker sommen. Maakt het veel fouten, dan krijgt het makkelijker sommen. In Snappet komen werkpakketten die aansluiten op de leerdoelen van het kind. De leerkracht vraagt de kinderen: ‘Wat zou je willen leren en hoe?’
In groep 6/7 (30 leerlingen) zitten ook veel verschillende niveaus. Begrijpend lezen wordt groep-doorbrekend ingevuld. De kinderen met leerwegondersteuning worden voorgelezen, de kinderen die boven niveau zitten, lezen zelf een krantenartikel. Ieder op zijn eigen niveau.

‘Ik wil kinderen uitdagen zonder dat ze het gevoel hebben dat ze het niet kunnen.’

Jorien Heemskerk

Succeservaringen
Op individueel niveau ziet Jorien mooie voorbeelden. Zoals bij Daan van 12 (zijn naam is fictief), die VMBO-niveau met leerwegondersteuning heeft. Rekenen, spelling en begrijpend lezen deed hij op groep 6-niveau. “Ik vind alles stom”, zei hij. Jorien stelde hem de vraag: “Hoe kunnen we ervoor zorgen dat je het wél leuk gaat vinden?”
Nu kan hij op zijn niveau lezen en rekenen doen, zonder achter te blijven en daardoor gefrustreerd te raken, en vindt Daan rekenen zelfs leuk. In dit systeem bouwt hij succeservaringen op, doordat het streefniveau wordt aangepast met doelen die bij zijn niveau passen.

Verlengde opdracht
Of Tessa van 12 (haar naam is ook fictief), VWO-niveau. Zij vond het tempo in de klas te langzaam en zat achterover geleund. Jorien zocht wat Tessa wel interesseerde. Ze kreeg rekenen op Wiskunde A-niveau. Spellingsonderwijs krijgt ze heel compact, waarna ze een verlengde opdracht krijgt, zoals zelf een krantenartikel of verhaal schrijven. Voor lezen krijgt ze Nieuwsbegrip. Nu is ze weer gemotiveerd en helpt een andere leerling van groep 7 die ook voorloopt. Tessa werkt zo aan haar eigen leerdoelen.

Kanttekeningen van Jorien
– Veel tijd gaat naar de ontwikkeling van individuele leerschema’s van alle leerlingen.
– Veel kinderen hebben moeite zelf leerdoelen op te stellen.
– Sommige ouders hebben moeite met de omslag in denken dat niet het resultaat centraal staat, maar of het kind zich prettig voelt.

Ruth Gemin (Spinoza20first)

‘De kinderen bij ons zijn nu weer actief’

Ruth geeft wiskunde in bovenbouw HAVO/VWO in de ‘21st Century’-vernieuwingsschool van het Spinoza Lyceum in Amsterdam. Op deze dependance hebben ze gepersonaliseerd leren.

Ruth werkte vroeger in Barneveld op een school met 2700 leerlingen. Terwijl docenten van andere vakken onderling overlegden, volgden wiskundedocenten het boek, zonder de vraag te stellen of het hoofdstuk relevant was. “Als ik dat voor de rest van mijn leven zou doen, zou ik dat niet redden. Dat gevoel benauwde me.”
Ruth ging ‘terug’ naar Amsterdam, naar het Spinoza Lyceum, en greep de kans om in de 21st Century-school te gaan. “Niemand van de wiskundesectie wilde daarnaartoe. Voor mij was de keuze snel gemaakt: ik kon op deze manier naar de onderbouw. Ik zie hier nu iets gebeuren dat ik verder niet gezien heb; dat had ik niet willen missen. Dat geen collega naar deze locatie wilde, is mijn geluk geweest.”

Ruth wil verbinding maken met andere vakken. “Hier maak je echt weer onderwijs. Het is óók eng: hoe gaat dit werken. Aan de andere kant: kinderen zijn nu weer actief, terwijl de bovenbouw op een gegeven moment achterover ging hangen.”

Niveaus mengen
Elke dag start Ruth een half uur met haar stamgroep om plannen te maken. Vervolgens maken kinderen zelf groepjes. Of docenten doen dat, maar doorgaans mengen de niveaus zich vanzelf. “Ze weten heel goed wie waarin beter is”, legt Ruth uit. Per ‘domein’ is er één vaste les, de rest vullen de leerlingen zelf in tijdens Dalton-uren of Explore-uren. Explore-uren worden door leerlingen of docenten ingevuld langs interessante onderwerpen.

‘Niveaus mengen zich; iedereen weet wie waarin beter is’

Ruth Gemin

Op het Spinoza Lyceum kennen ze projecten van 6 à 7 weken. Startpunt van zo’n project was deze kwestie: ‘Amsterdam loopt onder water, ga na welke problemen dat voor jouw stadsdeel oplevert en mogelijke oplossingen zijn. Ruth: “Uit zichzelf zetten zij de tafels aan de kant en gingen overleggen. Dat had ik de laatste jaren niet vaak gezien. Ze hadden onder andere de krant en reddingsbrigade uitgenodigd. Kennis haalden ze via ouders op.”
Voor wiskunde gingen ze naar de verpakkingsindustrie. “Als ergens met ribben en hoeken wordt gewerkt, is het daar wel.”

Herkansingen
Woensdags zijn alle docenten er. Die middag overleggen ze over nieuwe thema’s, hoe ze die per vak kunnen invullen en aansluiten op andere vakken om dubbelingen te voorkomen, en bespreken ze de voortgang van de leerlingen. Richting ouders verantwoorden de docenten dat alles is behandeld.

“Het laatste examen wiskunde A zag je voor het eerst een nieuwe aanpak waarin bronnen werden gecombineerd in plaats van één methode te vragen”, vertelt Ruth. “Leerlingen van ‘21st Century’ kunnen dat beter aan.” Voor toetsen kunnen kinderen herkansingen vragen. “Het kan namelijk zijn dat een kind later wél het begrijpt.” Wanneer leerlingen op verschillende momenten een toets doen, kopiëren ze dan niet gewoon die toets voor elkaar? Ruth: “Heb ik niet meegemaakt. Leerlingen zijn voornamelijk met zichzelf bezig. Ze merken dat ze succesvol zijn en niet bezig met toeten kopiëren.”

In plaats van een cijfer krijgen leerlingen beoordelingen als ‘voldaan’ of ‘bovengemiddeld’ te zien. De toetsdruk, zoals op veel andere scholen, is weg.

Kanttekeningen van Ruth
– De iPad is niet goed voor de concentratie bij wat in de klas gebeurt.
– GPL is niet altijd geschikt voor kinderen die ondersteuning nodig hebben.
– Je leert alle kinderen niet meer even goed kennen, omdat je sommige minder ziet.

Johan Bil (vader van kind met GPL)

‘Onze kinderen worden op de toekomst voorbereid’

Johan Bil heeft een zoon op een school waar ze gepersonaliseerd leren, zijn dochter zit op het Fioretti College die in de  GPL-pilot zit. Hij is warm voorstander van gepersonaliseerd leren.

“Ik heb mijn dochter dankzij GPL sociaal zien ontwikkelen, omdat ze nu in control moet zijn. Ze komt kritisch voor zichzelf op, wat ze op de basisschool niet deed. Ze weet dat ze dat nodig heeft. Mijn zoon zit op het Hageveld College waar vakken bij elkaar zijn getrokken wanneer ze een onderwerp behandelen. Ze hebben speciale aandacht voor hoogbegaafden en er is ruimte voor het halen van certificaten.

‘Niet alles ís duidelijk, communiceer dat met ouders’

Johan Bil

Gepersonaliseerd leren is nieuw en niet altijd duidelijk, maar ik denk dat onderwijs zoals nu niet meer over tien jaar bestaat. Je moet kinderen voorbereiden op wat zij kunnen verwachten met de middelen van de toekomst, wat over tien jaar nodig is. Je bereidt ze voor op aanpassing aan nieuwe ontwikkelingen. Communiceer met ouders dat niet alles duidelijk is. Je hebt bijvoorbeeld geen cijfers meer, waaraan je vroeger kon zien wat de ontwikkeling van je kind was.
Ik laat mijn zoon bewust stuiteren. Van fouten leren ze juist. Volgende keer besteedt hij dan meer tijd eraan en ontdekt dat in het boek nuttige uitleg staat. Voor het ene vak doet hij de hele onderbouw in één jaar, voor andere vakken heeft hij nu meer tijd. Leerlingen leren ontzettend snel wanneer ze interesse hebben. Dan gaan ze zelf dingen opzoeken. En ieder kind heeft zijn eigen interesse.
Docenten die met GPL werken, stralen energie uit. Dat pikken kinderen op. Als iemand positief is in een groep, nemen anderen dat over. Bespreek gewoon met elkaar dat het eng is, dat niet alles duidelijk is, maar ook dat alle nieuwe dingen met fouten zijn ontstaan.”