Hoe verder

De pilotleiding GPL brengt advies uit over de voortgang van de pilot. Doorgaan, terug of aanpassen? Tijdens een werkbijeenkomst op 28 november maakten betrokken docenten uit de pilotgroep een zoektocht naar het antwoord op deze vraag.

PLUSSEN EN MINNEN

Wat gaat goed in de pilot Gepersonaliseerd leren, wat kan anders, wat moet losgelaten worden. Docenten die bij de pilot zijn betrokken, bespreken de ervaringen en acties. Gesprekken aan de werktafels.

Planning maken

Scholen die met GPL werken, kennen een dagstart of een andere vorm waarin de groep leerlingen samenkomen en met de mentor bekijken wat ze gaan doen en hoe. Maar hoe ver help je leerlingen op het pad? Val je niet teveel terug in het oude systeem?

“Belangrijk is een dagstart waarin we bespreken wat we gaan doen.”
“Ja, maar dan moet wel een vak sneuvelen, want dat kost allemaal veel tijd.”
“Studieplanning is ook belangrijk. Dat zou ook moeten komen.”
“Maar wat is dan het verschil met hoe we al werkten? In het oude systeem gaven we ook instructie, vertelden we waar je in het boek informatie en opgaven kunt vinden en was er een moment dat je kijkt of ze het hadden gehaald.”
“Nou, nu kun je differentiëren.”
“Niet in tempo. Op een gegeven moment is de rek eruit.”

Contact met leerlingen

Naast een gezamenlijk moment en vaste instructie-uren is het de leerlingen binnen GPL vrij te bepalen waaraan ze wanneer gaan werken. Dat betekent dat de docent leerlingen minder vaak ziet. Hoe weet je dan nog of ze aan hun doelen werken, voordat het ‘te laat’ is?

“Wanneer je structuur loslaat, moet je wel meer tijd inroosteren voor contact van de vakdocent met de leerling.”
“Van mijn drie uur heb ik maar twee uur nodig, één uur besteden ze aan zelfstudie.”
“Maar ik heb maar twee uur per week voor die klas. Dan heb ik nog maar één uur over voor instructie.”
“En wat als je maar één uur per week hebt?”
“Ik vind het contact met de leerling belangrijk. Om te kunnen volgen hoe het gaat. Maar ook gewoon voor aandacht. De goede leerling heeft die óók nodig.”
“De uren winnen we met minder uren voor coaching. Daarnaast vind ik dat leerlingen thuis ook al aan zelfstudie doen. Als vakdocent moet je wel zicht op de leerlingen hebben. Ik heb het bij het Studiehuis gezien: een leerling ging bij aardrijkskunde zitten en zei daar aan Engels te werken, en bij Engels zei hij aan geschiedenis te werken. Dat was niks.”

Doelgericht of doelloos

Kan een kind van 14 al lange-termijndoelen voor zichzelf stellen? Ook wanneer hij liever lui dan moe is? Daar heeft de docent een rol om hem erover na te laten denken.

“We zitten toch met dat doelgericht leren.”
“Wat als een leerling doelgericht kiest voor onderpresteren? Omdat hij liefst zo min mogelijk tijd aan school besteedt.”
“Dat is dan zijn doel. Dat is óók doelgericht leren.”
“Je kunt dan wel zo’n leerling dwingen na te denken over zijn doelen. Niet door te vragen wat zijn doel is, maar waar hij staat en waar hij naartoe wil.”
“Of heel concreet: wat wil je worden? Wat heb je daarvoor nodig? Dan doe je beroep op wat hij wil.”

MAAR WAT WERKT WÉL? OF TOCH NIET?

Brainstormend komen al mogelijke oplossingen voor geconstateerde obstakels voorbij.

Oplossing 1: Wisseldocenten

“Dat contact met leerlingen, zodat je weet hoe het met ze gaat, vind ik belangrijk.”
“Je kunt een vaste les bij een vakdocent hebben, daarnaast kan een leerling dan wisselen met een andere docent.”
“Voordeel daarvan is dat je dan toch een moment hebt dat je je stamgroep hebt van wie je de leerlingen goed kent.”

Oplossing 2: Vast GPL-team

“Dit traject mag meer plek krijgen, met fte. Er zou een vast team moeten komen.”
“Ja, maar dan uitsluitend voor gepersonaliseerd leren.”
“Maar dan is GPL geen pilot meer maar iets vasts.”
“Dan moet ook de naam van de pilotgroep veranderen.”

Oplossing 3: Meer volgen

“We moeten meer zicht hebben op de ontwikkeling van leerlingen.”
“Inderdaad. Je hebt elke zes weken een toets en bij de laatste haalde een hele groep die niet, terwijl een andere groep een 6,5 haalde. En ik had alleen nog maar reproductie van de kennis gevraagd! Ik heb nu nog maar drie toetsen voor dit jaar.”
“Je moet op een of andere manier te weten zien te komen waar je leerlingen staan. Het portal werkt niet goed hiervoor.”
“Wil je dat met toetsen doen? Dan doen we hetzelfde als we vroeger en gaan we niet vooruit. Toetsen zijn niet meer de weg.”

Oplossing 4: Kleinere groepen

“Eigenlijk zou er een zaal moeten zijn waar leerlingen de wisseling van vak kunnen maken.”
“Dat zie ik niet gebeuren. Een aantal leerlingen weet wat het moet doen, maar veel kijken dan om zich heen.”
“De omvang van de groep moet kleiner. Die zou 50 moeten zijn.”
“Dan zijn de lijnen ook korter.”

Oplossing 5: Ruimte voor keuzen

“Wat mij betreft doen we een stapje terug.”
“Het is te diep, te veel. Maar dan blijft het een pilot.”
“Met een kleinere groep heb je een kleiner team en kunnen leerlingen niet kiezen. Ik snap wel waarom scholen GPL snel opschalen. Misschien moet je voor een heel leerjaar kiezen waarbinnen je gaat experimenteren.”
“Maar wanneer voor slechts twee klassen zich kinderen aanmelden, moet je dan doorgaan. Wel kun je binnen het oude systeem ruimte inroosteren waarbinnen leerlingen zelf kunnen kiezen wat ze doen.”

DE TOEKOMST VAN GPL OP HET ‘FIO’

Meer aandacht voor basiskennis en –vaardigheden, meer contact met de leerlingen, betere faciliteiten zoals een werkportal. De adviezen van docenten uit de pilot met gepersonaliseerd leren voor dit en volgend schooljaar in handige rijtjes.

Prioriteiten voor dit schooljaar

– Leerlingen meer volgen om inzicht te krijgen hoe het met ze gaat.
– Parallelle docenten: docenten worden aan elkaar gekoppeld. Voor overleg en om leerlingen te kunnen laten kiezen bij welke docent ze willen zitten.
– Nu zijn er per vak twee docenten op 75 leerlingen. Dit zouden er drie moeten zijn. Of de groep moet kleiner, naar bijvoorbeeld 50.
– Meer gegevens verzamelen in SOM: bijvoorbeeld voortgang, coachgesprekken. Hierbij worden geen cijfers gebruikt of woorden als ‘voldoende’ of ‘goed’, maar ‘voldaan’ of niet voldaan’.
– Meer tijd inroosteren voor coachgesprekken tussen mentor en leerlingen.
– Meer korte-termijnafspraken maken; op deze leeftijd hebben kinderen moeite voor lange termijn afspraken te maken.
– Meer gebruik van ‘papier’; iPad leidt tot minder geconcentreerd werken en leren.
– Elke dinsdag een gestructureerd docentoverleg voor voortgang, leerlingen bespreken en plannen maken en op elkaar afstemmen.
– Coach betrekken bij verzuim, om te voorkomen dat leerlingen die onderpresteren afzakken.

Prioriteiten voor volgend schooljaar

– Stap terug met experimenteren.
– Kleinere groepen.
– Discussie binnen een vast pilotteam over flexibele inzet van docenten, zodat ze meer aanwezig kunnen zijn en meer bereikbaar voor leerlingen.
– Nieuwe digitale omgeving.
– Meer aandacht voor en verankering van algemene studievaardigheden.
– Vaste plek inroosteren voor een dagstart voor het groeps-breed maken van plannen en afspraken.
– Discussie over gebruik van devices, met wensen van ouders en leerlingen.

DILEMMA

Stap terug of sprong voorwaarts

Fundamentele discussie is of Fioretti een stap terug moet of een sprong voorwaarts moet maken. Een stap terug naar het oude systeem kan verder experimenteren inhouden, en dus onzekerheid, in plaats van een uitbouw en inbedding van GPL. Terwijl de verworvenheden eruit dan verloren kunnen raken.
Verder experimenteren levert ook enige onduidelijkheid op richting de buitenwereld, zoals leerlingen van groep 8 en hun ouders die binnenkort een keuze voor een school moeten gaan maken.
Op de huidige manier doorgaan, kan echter een te zware wissel betekenen voor de capaciteit en motivatie van docenten. Daardoor kunnen de doelen van GPL ook niet gehaald worden.
Tussenoplossing is het bijstellen van de structuur van hoe GPL nu in praktijk wordt gebracht op Fioretti Lisse. Verkleining van de groep leerlingen wordt financieel voor dit schooljaar erg lastig. Voor volgend jaar zou dekking gevonden moeten worden voor extra docenten.
Een andere tussenoplossing is een kleine stap terug. Twee vakdocenten kunnen met elkaar voor hun vak oplossingen zoeken voor meer gepersonaliseerd leren. De mogelijkheden en de invulling hiervan verschillen namelijk behoorlijk per vak. Op deze manier gaat het team op kleine schaal vernieuwing vormgeven. Een vast team met daarvoor beschikbaar budget houdt overzicht.