Prikkelende gesprekken

Wat maakt dit Actieplan waardevol? Wat zijn geslaagde initiatieven die het verdienen om verder uitgerold te worden? En wat is precies de kracht van het Actieteam Grensoverschrijdende Economie en Arbeid? Drie tweegesprekken.

9_tweegesprek_Robin.JPG
‘Dat het Rijk meedoet, maakt deze actieagenda anders’

Zeven thema’s, vijftien doelen, veertig acties. De actieagenda van het Actieteam Grensoverschrijdende Economie en Arbeid is officieel gepresenteerd. Vraag is natuurlijk: hoe gaat de actieagenda ons helpen?

Hannie Eilers, European Employment Service UWV
Doede Sytsma, vertegenwoordiger van Gelderland in Düsseldorf

Hannie Eilers: “Ik moet die actieagenda eerst goed doorgronden. De thema’s en doelen klinken goed en logisch. Die acties heb ik nog niet scherp. Maar door acties te benoemen, is de actieagenda al een hulpmiddel op zich.”

Doede Sytsma: “In 1982 deed ik tijdens een stage onderzoek naar grensoverschrijdende arbeid tussen Nederland en Duitsland. Verbeteren van de infrastructuur en diploma-erkenning stonden toen al op de agenda. En nu dus nog steeds. Alleen lijkt het gevoel van urgentie – met de huidige actieagenda – wel groter.”

‘Er is politieke moed nodig.’

Eilers: “Diploma-erkenning blijft een struikelblok. Vooral op mbo-niveau. De procedure voor het erkennen van diploma’s en beroepskwalificaties moet eenvoudiger, sneller en goedkoper. Die slag moeten we echt maken. Dat is trouwens een van de doelen uit de actieagenda.”

Sytsma: “Datzelfde geldt voor de infrastructuur. Zorg dat scholieren op eenvoudige wijze over de grens stage kunnen lopen, bijvoorbeeld door openbaar vervoer van Winterswijk naar Bocholt. Regionale grensoverschrijdende vervoersoplossingen maken de arbeidsmarkt in een regio echt veel sterker.”

Eilers: “Zolang dat openbaar vervoer niet is geregeld moeten we zorgen voor tussenoplossingen. Financier vervoer via brommers of auto’s. En houd die financiële ondersteuning dan ook intact.”

‘Het Rijk is een cruciale partij om dingen voor elkaar te krijgen.’

Sytsma: “Met de provincies en werkgevers zijn we al lang in gesprek over de grensoverschrijdende arbeidsmarkt. Wat echt anders is aan deze actieagenda, is dat het Rijk meedoet. Dat moet zo blijven. We kunnen regionaal best veel regelen, maar het Rijk gaat toch over de wet- en regelgeving.”

Eilers: “Het Rijk is een cruciale partij om dingen voor elkaar te krijgen. Dat zie je bij de sectorplannen. Dat gebeurt nu bijvoorbeeld met Asschergelden in de Achterhoek en Twente. Zo zal het ook met de actieagenda gaan.”

Sytsma: “Het is een actieagenda, maar daar moet het niet bij blijven. Vraag je aan een pendelaar waar hij tegenaan loopt, dan gaat het over belastingen, sociale verzekeringen en zorgtoeslag. Dat komt allemaal uit Den Haag. En om dat te veranderen is politieke moed nodig.”

9_tweegesprek_Rene.JPG
‘Nog teveel gedacht vanuit Nederland’

Concrete geslaagde initiatieven moeten verspreid worden over andere regio’s. Maar wat zijn dan goede initiatieven? En hoe breng je ze verder?

Axel Buyse, vertegenwoordiger van het Vlaamse Gewest in Den Haag`
Martin Unfield, ontgrenzer bij ITEM

Martin Unfield: “Mooi voorbeeld vind ik het gemeenschappelijke team van arbeidsorganisaties van Nederland en Duitsland in Limburg. Belangrijk is dat dergelijke initiatieven structureel zijn, niet slechts een projectje. De Interreg-subsidies zijn in die zin niet nuttig.”

‘Er is geen euregionaal infrabeleid.’

Axel Buyse: “Wat mij een beetje tegenvalt, is dat er nog erg vanuit Nederland wordt gedacht. Volgende keer moet meer met partners van over de grens samengewerkt worden. Wat ik bijvoorbeeld interessant vind, is bereikbaarheid. Den Haag heeft het plan voor een verbinding Weert-Antwerpen nu al opgegeven. We wilden een tram tot in Maastricht, dat een hub voor Duitsland is. Het Rijk is aarzelend over meefinancieren en wil dat de provincies in de schoenen schuiven. Maar die hebben daar geen geld voor.”

Unfield: “Er wordt nog steeds in nationale systemen gedacht, er is geen euregionaal infrabeleid.”

Buyse: “We moeten subregionaal denken. De ene keer, zoals in westelijk Noord-Brabant en Zeeuws-Vlaanderen, wint de Nederlandse kant erbij; de andere keer, zoals in Limburg, juist Duitsland en België.”

Unfeld: “Als je subregionaal kijkt, zie je verschillende trends. Je moet niet alleen naar je eigen regio kijken.”

‘We moeten subregionaal denken.’

Buyse: “Ik noem als goed voorbeeld dat honderden Vlamingen nu in Born kunnen werken, na de teloorgang van Ford in Genk. Ander voorbeeld: we hebben een paar honderd mensen van Philip Morris persoonlijk naar de Antwerpse haven kunnen begeleiden.”

Unfeld: “Dan wil ik ook nog een voorbeeld noemen. Vanuit Noord-Limburg ging een bus werkzoekenden naar Zalando in Mönchen Gladbach dat werknemers nodig had. Veel van die personen werken daar nu.”

9_tweegesprek_Carin.JPG
‘We moeten minder praten, meer doen’

Wat is de kracht van het Actieteam Grensoverschrijdende Economie en Arbeid? Wat is er nodig om die kracht nog meer te benutten? En wie moet er dan wat doen?

Corine Flendrie-van der Schoot, ministerie van Infrastructuur en Milieu
Anna-Karoline Dahmen, Ministerium für Gesundheit und Emanzipation, Nordrhein Westfalen

Corine Flendrie: “De kracht van het team is, dat het door het kabinet is ingesteld. Het zet druk op de nationale agenda. Grensoverschrijdend werken gaat nu alle niveaus aan: niet alleen gemeente en provincie, maar ook het Rijk. Dat helpt.”

‘Er komen meer dwarsverbanden tussen Nederland en Duitsland.’

Anna-Karoline Dahmen: “Wat ook helpt, is dat je nu een netwerk krijgt. Er komen meer dwarsverbanden tussen Duitsland en Nederland. Al moet ik ook zeggen dat ik er in mijn dagelijkse werk in de gezondheidszorg nog niet zoveel van merk.”

Flendrie: “Ik zou het ook belangrijk vinden dat het team zijn activiteiten verbreedt, naar bijvoorbeeld ook mijn terrein: ruimtelijke ordening.”

Dahmen: “Aan de andere kant: er zijn al veel uitwisselingsprogramma’s tussen Duitsland en Nederland. Maar er is wel meer coördinatie nodig. Daar zorgt het actieteam voor.”

Flendrie: “Ja, het helpt altijd. En dat wat je aandacht geeft, groeit en…bloeit.”

‘Ik denk dat we minder moeten praten, en meer moeten doen.’

Dahmen: “Ik was nu vooral benieuwd naar de stand van zaken. Ik heb geen concrete wensen voor het actieteam.”

Flendrie: “Ik denk dat we minder moeten praten, en meer moeten doen.”

Dahmen: “Het blijft ook wel een beetje een Nederlands thema. Duitsland is nu eenmaal een stuk groter en heeft hier minder belang bij.”

Flendrie: “Ja, dat kan ik alleen maar beamen.”