Aansluiting onderwijs en arbeidsmarkt

De aansluiting tussen onderwijs- arbeidsmarkt is belangrijk voor een goed functionerende economie en daarmee voor bedrijven en studenten. Is er sprake van een mismatch, dan leidt dat mogelijk tot (meer) langdurige werkloosheid, gezondheidsproblemen, loonverlies, ontevredenheid, minder productiviteit, meer WW-uitkeringen en lagere belastingopbrengsten. Hoe kunnen we anticiperen op de toekomst? En is er nog toekomst voor vakmanschap?

Met de data van nu naar de markt van de toekomst

Arbeidsmarktbeleid hoeft geen fingerspitzengefühl te zijn. Nu zijn er al gegevens over de arbeidskansen van straks: over demografische en economische ontwikkelingen, veranderingen in de beroepsbevolking en het onderwijsaanbod. Hiermee kun je anticiperen op de toekomst.

Samenwerking Beroepsbevolking Bedrijfsleven (SBB) van het ministerie van OCW ondersteunt hierin. SBB levert daarvoor allerlei gegevens en brengt (regionale) adviezen uit voor mbo-opleidingen. SBB publiceert ook rapportages, zoals de Basiscijfers Jeugd: over aantallen studenten, stages, vacatures, het percentage jongeren, de werkloosheidscijfers en de meest kansrijke beroepen (in Limburg: verkoopspecialist en aankomend kok).

Groei lager
Nuttige gegevens zijn te vinden bij het CBS en AIS, op dashboards van het BCJ en het UWV, in brancherapportages en in media. Volgens Irene Wolff, beleidsadviseur bij SBB, komt er ook veel kennis vrij wanneer partners hun gegevens delen.
In de cijfers zien we onder andere dat in Limburg de economische groei lager is dan de groei in Nederland. Deze is gedaald ten opzichte van 2017 (2,1%), maar nog altijd zo’n 1,7 procent is. De beroepsbevolking is in Limburg in verhouding iets kleiner (67%) dan in heel Nederland (71%). En ook is het aandeel lager opgeleiden relatief groter.

Gerichte acties
Uit de gegevens kun je trends herleiden als basis voor beleid. Zo is groei in de sector ICT te zien, terwijl die in de regio Limburg nog ondervertegenwoordigd is. Onderwijsinstellingen, werkgevers en lokale overheden kunnen gericht samenwerking aangaan en acties formuleren.

7. Sandra Stals

Dit vind ik ervan

Sandra Stals, Decaan Citaverde College Midden-Limburg:

‘Met data kan ik beter advies geven’

“Het is goed te weten waar ik gegevens kan vinden over de arbeidsmarkt in de toekomst. Ik las wel al kranten over dit onderwerp. Met die kennis kan ik betere adviezen geven aan jongeren, waarbij aangetekend dat zij toch vaak kiezen wat ze leuk vinden. Door samen kennis te delen, zie je ook wat er verder gebeurt in Limburg. Dat is interessant. Ik heb al contact gelegd met Gilde Opleidingen.”

‘Vakmanschap heeft toekomst’

7-photo-1508872558182-ffc7f1b387f9

Vakmensen die een beroepsopleiding hebben gevolgd, zijn om succesvol te worden op de arbeidsmarkt net zo afhankelijk van hun generieke vaardigheden als mensen met een algemene opleiding. Dat blijkt uit een langdurig onderzoek van het Research Centre for Education and the Labour Market (ROA).

“Dat betekent dat je niet langer kunt zeggen dat generieke vaardigheden niet nodig zijn”, stelt directeur Rolf van der Velden. Het gaat om algemene informatie die essentieel is om goed te kunnen functioneren, zoals het lezen van een handleiding, diagram of veiligheidsvoorschrift. Opleidingen moeten daar dus aandacht aan schenken, vindt hij.

Geen nadeel
Het ROA hanteert in het onderzoek naar de toekomst van vakmanschap op de arbeidsmarkt drie typen vakmensen: de specialistische vakman, de brede vakman en de praktische vakman. Vooral de brede en specialistische vakmensen doen het goed op de arbeidsmarkt, de praktische vakman heeft vaak wel een baan, maar minder carrièreperspectieven. Van der Velden: “Vakmanschap heeft toekomst. Later in de loopbaan hebben we geen bewijs gevonden dat je nadeel hebt van het feit dat je een beroepsopleiding hebt gevolgd.”

Blijven specialiseren
Wel adviseert hij bij de opleidingen op mbo-niveau 1 en 2 om ook te blijven specialiseren. “Deze groep concurreert met mensen met een hogere of algemene opleiding. Ze moeten dus vooral compenseren met iets dat de ander niet heeft: een vakspecifieke component.”

7. Erik Boskamp

Dit vind ik ervan

Erik Boskamp, ROC Leeuwenborgh:

‘Specifieke vaardigheden’

“De concurrentiepositie van mbo’ers op de arbeidsmarkt wordt onder andere bepaald door de specifieke vaardigheden die ze bezitten. Ik ben bij Leeuwenborgh bezig met een programma over de doorontwikkeling van levenlang leren en dit verhaal bevestigt dat we een goede basis hebben van ons programma, met een specifieke basis en tegelijkertijd generieke vaardigheden aanleren.”