thema 1

‘Stop met het

woord ‘oud’

thema 2

Levensvreugde

met verschillen

thema 3

Zelf je zaakjes

regelen

'Het gaat niet om leeftijden,

maar om leefstijlen'

 

Leonie Andriesse (links op de foto), expert Wonen bij de gemeente Rotterdam

Joke Bakker (rechts op de foto), directeur Landelijk Samenwerkingsverband Actieve huurders

 

Stelling: ‘Stop met het woord ‘oud’; specifieke woonconcepten en (zorg)producten voor ouderen zijn onzin’.

 

Bakker: “Hm. Met het eerste deel van de stelling ben ik het wel eens. Veel ouderen hebben nog het kind in zich. Ze worden vaak in een bepaald beeld gezet, terwijl de samenleving nog veel meer uit ze kan halen.”

 

Andriesse: “Het woord ‘oud’ roept een te negatieve associatie op. Maar het is wel zo dat als je ouder wordt, je ook andere behoeften krijgt. Dat vraagt woonconcepten met een breed spectrum. Dat is niet te vatten in één systeem. Een woning die geschikt is voor ouderen is niet per se een ouderenwoning. Daarin kunnen ook andere mensen wonen.”

 

Bakker: “Inderdaad. Met kleine aanpassingen kun je zo’n woning generatie-proof maken. Dan moet je wel zonder al die regels kunnen werken. Bepalend is de staat waarin iemand verkeert. Anders gezegd: iemand die ziek is, ís niet die ziekte maar hééft een ziekte.”

 

Andriesse: “Als gemeente zoeken we wat ouderdom vraagt aan de standaard woningen in de stad. Zijn onze woningen nog steeds geschikt wanneer je een fysieke beperking hebt of dement raakt? Wat is er dan nog nodig?”

 

Bakker: “Ja, wat is er nou erg aan om een woning breder te maken voor een rolstoel of een lift aan te brengen waar een trap was?”

 

Andriesse: “We zullen ons ook moeten richten op de marktpartijen. Ze moeten meer van leefstijlen uitgaan dan van leeftijden.”

'Gemengde huishoudens
kunnen elkaar helpen'

 

Bert de Graaf, voorzitter van de Raad van Commissarissen van SOR

Anna Dekker, medeoprichter Thuismakers Collectief

 

Stelling: ‘Samenwonen met verschillende generaties en culturen door elkaar biedt meer levensvreugde en wederzijdse hulp dan senioren bij elkaar in één woongebouw’.

 

De Graaf: “Ik woon in zo’n gebouw met achttien huishoudens van ouderen boven de 55 jaar. Iedereen is er heel tevreden. Je hoeft niet met elkaar te maken te hebben, maar sommigen wandelen samen. Ik ben echter een ras-individualist. Heb je iets nodig, dan benader je elkaar.”

 

Dekker: “Klinkt goed. Het één sluit echter niet het andere uit. Mensen met verschillende leeftijden en culturen hóeven niet met elkaar op te trekken, maar ze kunnen elkaar wel helpen. Natuurlijk moet dat niet geforceerd gaan.”

 

De Graaf: “Het kán inderdaad toegevoegde waarde hebben. Het gaat echter niet voor iedereen op. In Nederland kennen we 700.000 verschillende soorten woontypen.”

 

Dekker: “Het concept van gemengde huishoudens komt uit Scandinavië, waar ze altijd voorop lopen op zorggebied. Wat de ene kan bieden, is wat de ander vraagt. Je moet dat echter wel faciliteren. Het gaat niet vanzelf.”

 

De Graaf: “In de sociale psychologie zie je de methoden waarop mensen een woning kiezen. Ze kijken eerst naar het gebouw, daarna naar de straat en de buurt. Leeftijdsverschillen in de buurt kúnnen dan voordelen hebben.”

 

Dekker: “Ik steun ook geen geforceerde woonkeuze. Ik denk dat het goed is om met gelijkgestemden samen te wonen, maar dat je met andere leefstijlen en culturen te maken krijgt zodra je buiten de deur komt. Via alledaagse dingen, zoals eten, word je dan geconfronteerd met andere inzichten.”

'Ook als zorgbehoevende wil je autonomie'

 

Arnout Siegelaar (rechts op de foto), adviseur Kenniscentrum Wonen en Zorg bij Aedes Actiz

Jef van de Putte (links op de foto), architect/directeur bij DVDP

 

Stelling: ‘Zelf je zaakjes regelen houdt je actief en je naasten betrokken; neem ouderen dus vooral niet teveel dingen uit handen’.

 

Van de Putte: “Ik ben het eens met die stelling. Uit onderzoeken blijkt dat het perspectief van zelfredzaamheid belangrijk is voor de zelfwaarde van de bewoner die daarvoor ook langer actief blijft.”

 

Siegelaar: “Mee eens. Use it or lose it. We moeten echter niet vergeten dat sommige mensen écht niet zelfstandig kunnen wonen. Dat wordt nu nog wel eens onder het vloerkleed geveegd; ‘zorgvastgoed’ is een vies woord. Langzaam raakt men ervan overtuigd dat er aandacht nodig is voor wie dat echt nodig heeft.”

 

Van de Putte: “Zorg staat op dit moment in een verdomhoekje. In Nederland doen we het echter erg goed op zorggebied, laten we dat nu op een nog hoger plan tillen. Ooit waren de bejaardenhuizen modern, want daarvóór was er niets, maar we worden individueler en dat kent andere vragen.”

 

Siegelaar: “Dat is een mooi punt dat je daar noemt. Ook wie zorg nodig heeft, blijft autonomie willen. Ik denk dat het imago van seniorenhuisvesting zal verbeteren: het wordt een asset om een woning te hebben waarin je kunt blijven wonen als je ouder wordt. Je kunt doelgroepgericht bouwen. Dat is anders dan dat je voor gezinnen woningen bouwt, die je eventueel aanpast aan behoeften van ouderen.”

 

Van de Putte: “De diversiteit wordt groter. Er komen collectieve woningen. Die bouw je niet met de intentie om er dadelijk iets anders van te maken. Bovendien zijn er nog veel meer woningen nodig.”

 

Siegelaar: “Precies, want de piek van tachtigplussers moet nog komen: tussen 2055 en 2060.”

3 x 2 in discussie

 

Zes deelnemers van het Denk Mee Café die elkaar niet kennen, gaan in drie koppels in gesprek met elkaar over verschillende thema’s. Op zoek naar verschillen en overeenkomsten.

thema 1

‘Stop met

het woord

‘oud’

thema 2

Levens-

vreugde

met

verschillen

thema 3

Zelf je

 zaakjes

regelen

'Het gaat niet om leeftijden,

maar om leefstijlen'

 

Leonie Andriesse (links op de foto), expert Wonen bij de gemeente Rotterdam

Joke Bakker (rechts op de foto), directeur Landelijk Samenwerkingsverband Actieve huurders

 

Stelling: ‘Stop met het woord ‘oud’; specifieke woon-concepten en (zorg)producten voor ouderen zijn onzin’.

 

Bakker: “Hm. Met het eerste deel van de stelling ben ik het wel eens. Veel ouderen hebben nog het kind in zich. Ze worden vaak in een bepaald beeld gezet, terwijl de samenleving nog veel meer uit ze kan halen.”

 

Andriesse: “Het woord ‘oud’ roept een te negatieve associatie op. Maar het is wel zo dat als je ouder wordt, je ook andere behoeften krijgt. Dat vraagt woonconcepten met een breed spectrum. Dat is niet te vatten in één systeem. Een woning die geschikt is voor ouderen is niet per se een ouderenwoning. Daarin kunnen ook andere mensen wonen.”

 

Bakker: “Inderdaad. Met kleine aanpassingen kun je zo’n woning generatie-proof maken. Dan moet je wel zonder al die regels kunnen werken. Bepalend is de staat waarin iemand verkeert. Anders gezegd: iemand die ziek is, ís niet die ziekte maar hééft een ziekte.”

 

Andriesse: “Als gemeente zoeken we wat ouderdom vraagt aan de standaard woningen in de stad. Zijn onze woningen nog steeds geschikt wanneer je een fysieke beperking hebt of dement raakt? Wat is er dan nog nodig?”

 

Bakker: “Ja, wat is er nou erg aan om een woning breder te maken voor een rolstoel of een lift aan te brengen waar een trap was?”

 

Andriesse: “We zullen ons ook moeten richten op de marktpartijen. Ze moeten meer van leefstijlen uitgaan dan van leeftijden.”

'Gemengde huishoudens
kunnen elkaar helpen'

 

Bert de Graaf, voorzitter van de Raad van Commissarissen van SOR

Anna Dekker, medeoprichter Thuismakers Collectief

 

Stelling: ‘Samenwonen met verschillende generaties en culturen door elkaar biedt meer levensvreugde en wederzijdse hulp dan senioren bij elkaar in één woongebouw’.

 

De Graaf: “Ik woon in zo’n gebouw met achttien huishoudens van ouderen boven de 55 jaar. Iedereen is er heel tevreden. Je hoeft niet met elkaar te maken te hebben, maar sommigen wandelen samen. Ik ben echter een ras-individualist. Heb je iets nodig, dan benader je elkaar.”

 

Dekker: “Klinkt goed. Het één sluit echter niet het andere uit. Mensen met verschillende leeftijden en culturen hóeven niet met elkaar op te trekken, maar ze kunnen elkaar wel helpen. Natuurlijk moet dat niet geforceerd gaan.”

 

De Graaf: “Het kán inderdaad toegevoegde waarde hebben. Het gaat echter niet voor iedereen op. In Nederland kennen we 700.000 verschillende soorten woontypen.”

 

Dekker: “Het concept van gemengde huishoudens komt uit Scandinavië, waar ze altijd voorop lopen op zorggebied. Wat de ene kan bieden, is wat de ander vraagt. Je moet dat echter wel faciliteren. Het gaat niet vanzelf.”

 

De Graaf: “In de sociale psychologie zie je de methoden waarop mensen een woning kiezen. Ze kijken eerst naar het gebouw, daarna naar de straat en de buurt. Leeftijdsverschillen in de buurt kúnnen dan voordelen hebben.”

 

Dekker: “Ik steun ook geen geforceerde woonkeuze. Ik denk dat het goed is om met gelijkgestemden samen te wonen, maar dat je met andere leefstijlen en culturen te maken krijgt zodra je buiten de deur komt. Via alledaagse dingen, zoals eten, word je dan geconfronteerd met andere inzichten.”

'Ook als zorgbehoevende wil je autonomie'

 

Arnout Siegelaar (rechts op de foto), adviseur Kenniscentrum Wonen en Zorg bij Aedes Actiz

Jef van de Putte (links op de foto), architect/directeur bij DVDP

 

Stelling: ‘Zelf je zaakjes regelen houdt je actief en je naasten betrokken; neem ouderen dus vooral niet teveel dingen uit handen’.

 

Van de Putte: “Ik ben het eens met die stelling. Uit onderzoeken blijkt dat het perspectief van zelfredzaamheid belangrijk is voor de zelfwaarde van de bewoner die daarvoor ook langer actief blijft.”

 

Siegelaar: “Mee eens. Use it or lose it. We moeten echter niet vergeten dat sommige mensen écht niet zelfstandig kunnen wonen. Dat wordt nu nog wel eens onder het vloerkleed geveegd; ‘zorgvastgoed’ is een vies woord. Langzaam raakt men ervan overtuigd dat er aandacht nodig is voor wie dat echt nodig heeft.”

 

Van de Putte: “Zorg staat op dit moment in een verdomhoekje. In Nederland doen we het echter erg goed op zorggebied, laten we dat nu op een nog hoger plan tillen. Ooit waren de bejaardenhuizen modern, want daarvóór was er niets, maar we worden individueler en dat kent andere vragen.”

 

Siegelaar: “Dat is een mooi punt dat je daar noemt. Ook wie zorg nodig heeft, blijft autonomie willen. Ik denk dat het imago van seniorenhuisvesting zal verbeteren: het wordt een asset om een woning te hebben waarin je kunt blijven wonen als je ouder wordt. Je kunt doelgroepgericht bouwen. Dat is anders dan dat je voor gezinnen woningen bouwt, die je eventueel aanpast aan behoeften van ouderen.”

 

Van de Putte: “De diversiteit wordt groter. Er komen collectieve woningen. Die bouw je niet met de intentie om er dadelijk iets anders van te maken. Bovendien zijn er nog veel meer woningen nodig.”

 

Siegelaar: “Precies, want de piek van tachtigplussers moet nog komen: tussen 2055 en 2060.”