Aan tafel voor toekomstscenario’s

 

Vijftig professionals - van een architect tot een bouwer; van een huurdersvertegenwoordiger tot beleidsontwikkelaar - wisselden tijdens het Denk Mee Café hun ideeën over ‘thuis’ over dertig jaar. Om tot schetsen te komen voor wat in 2046 nodig is. Ze deden dat rond drie scenario’s van leefsituatie:

1. oud, hulpbehoevend & weinig geld
2. oud, gezond & weinig geld
3. oud, hulpbehoevend & heel veel geld

Units met

gezamenlijke

functies

‘Thuis’ kan

ook met

weinig geld

Techniek is

te koop, menselijke

contacten niet

Scenario 1: weinig geld en hulpbehoevend

Units met gezamenlijke functies

 

Vijf experts brainstormen ideeën hoe je in de toekomst een ‘thuis’ creëert voor mensen die zorg of hulp nodig hebben, maar weinig kunnen besteden.

 

“Ik zit toch te denken aan ‘tiny houses’ bij elkaar, waar ook je kinderen kunnen wonen en gezamenlijke voorzieningen zijn.”

“Ons bouwbedrijf maakt traditionele levensbestendige woningen van vijftig vierkante meter, maar wel met een badkamer waar een rolstoel in kan. Dus: compacte woningen met dynamiek.”

“Als je aan tiny houses denkt: wil je die dan in je eigen domein of kunnen ze ook aan de overkant zijn?”

“Liefst dichtbij toch.”

“Dan kun je een groter domein nemen met meerdere hokjes.”

“Belangrijk vind ik dat er door het hele gebouw ook ontmoetingsruimten zijn zoals architect Hertzberger al deed. Hier creëer je ontmoeting, cohesie en community.”

“Ja, in elk complex moet minimaal één recreatieruimte zijn. Nu heb je wel zithoekjes op etages, maar daar ga ik nooit zitten.”

 

“Zou u diversiteit, zoals jongeren, in zo’n complex willen? Of liever gelijkgestemden of vrienden?”

“Die keuze kan ik nu nog niet maken.”

“Ik wel. Toen ik niet meer kon traplopen, koos ik ervoor om naar Maassluis te verhuizen om daar voor de toekomst te kunnen blijven wonen tussen de mensen. Ik adviseer dat iedereen: maak die keuze wanneer het nog niet hóeft. Anders heb je geen keus meer.”

“We moeten sowieso eerder nadenken over wonen in de toekomst. We worden over dertig jaar gemiddeld 98 jaar oud. De tijd dat we oud zijn maar nog niet ziek, wordt langer. Dat is toch anders dan dertig jaar geleden, toen je op je zeventigste echt oud was.”

 

Scenario 2: weinig geld, niet hulpbehoevend

‘Thuis’ kan ook met weinig geld

 

Hoe kun je met weinig geld toch gelukkig zijn met je thuis? Of is geld geen probleem? Daarover spreken vier experts bij de brainstorm over ‘thuis over dertig jaar’.

 

“Tja, iedereen heeft wel eens een periode dat ie weinig geld heeft. Ben je dan ook ongelukkig met je woonsituatie?”

“Wél als je gedwongen wordt te verhuizen omdat je niet kunt blijven wonen.”

“Dan nog: geluk is genetisch bepaald, stelt de Rotterdamse hoogleraar Geluk, Ruut Veenhoven. Als je een ton hebt gewonnen, zak je na een tijdje weer terug. Je kunt het gelukniveau niet opkrikken.”

“Volgens mij ben je niet bewust van hoe gelukkig je bent als je gezond bent. Pas als je vrouw Alzheimer krijgt en moet verhuizen, merk je het pas.”

“Omgekeerd: je bent niet alleen gelukkig als je gezond blijft. Ook met een ziekte kun je gelukkig zijn.”

 

“Je kunt het perspectief creëren waardoor je gelukkig bent. Ik zit zelf in de situatie dat ik niet veel jaar meer heb. Ik stel mezelf de vraag: hoe wil ik dan erbij zitten?”

“Vroeger had je de kerk die hulp bood, maar door de ontkerkelijking is er geen samenhang meer. In de toekomst zullen weer groepen ontstaan.”

“Maar hoe blijf je dan jezelf, als je afhankelijk wordt van anderen? Ik kan wel in een hutje op de hei gaan zitten, maar dat werkt dan niet zo. Met weinig geld heb je toch elkaar nodig en moet je bij elkaar wonen.”

“Nou, ik zou wel hartje Amsterdam willen wonen, hoor.”

“Ja, omdat je dan wel moet.”

“Nee, omdat ik dat graag wil, haha.”

Scenario 3: hulpbehoevend en veel geld

Techniek is te koop, menselijke contacten niet

 

Wat luchtiger is het gesprek tussen vijf experts die nadenken over oplossingen voor de toekomst, die ‘veel geld’ als uitgangspunt hebben. Maar niet alles is te koop.

 

“Wie rijk is, blijft toch langer vitaal.”

“Ken je dat programma van Geer & Goor? Daar helpen ze oudjes actief te worden, die daarvoor alleen maar bridgeten. Dan vraag ik me af: ‘Als je er niet bewust van bent, overkomt dat jezelf dan ook dat je niets meer doet? Of zijn we toch echt een andere generatie? Neem mijn ouders: die waren altijd internationaal georiënteerd maar hun wereld is nu veel kleiner. Je wereld wordt sowieso kleiner als je minder kunt.”

“Je moet eigenlijk tien jaar eerder, voordat je al muurtjes hebt opgetrokken en je wereld hebt verkleind, nadenken hoe je actief blijft.”

“Ik geloof wel in de werking van het faciliterende: dan word je veel uit handen genomen. Techniek maakt het leven makkelijker. Als je geld hebt, kun je daarvoor zorgen.”

“Maar ook al heb je geld en kun je die techniek betalen: menselijk contact blijft belangrijk. Je moet ervoor zorgen dat je niet vereenzaamt.”

“Zou je menselijk contact eigenlijk kunnen kopen?”

“Dan kom ik toch uit op een woning waar je dingen samen doet of deelt, maar toch ook je eigen gang kunt gaan.”

“Ik denk aan plekken waar je elkaar kunt ontmoeten. Hoeveel groen is nu ingericht om honden te laten poepen? Richt groen in voor mensen die elkaar kunnen spreken, samen dingen doen. Zodra je buiten komt, heb je menselijk contact.”

 

Units met

gezamenlijke

functies

‘Thuis’ kan

ook met

weinig geld

Techniek is

te koop,

menselijke

contacten

niet

Scenario 1: weinig geld en hulpbehoevend

Units met gezamenlijke functies

 

Vijf experts brainstormen ideeën hoe je in de toekomst een ‘thuis’ creëert voor mensen die zorg of hulp nodig hebben, maar weinig kunnen besteden.

 

“Ik zit toch te denken aan ‘tiny houses’ bij elkaar, waar ook je kinderen kunnen wonen en gezamenlijke voorzieningen zijn.”

“Ons bouwbedrijf maakt traditionele levensbestendige woningen van vijftig vierkante meter, maar wel met een badkamer waar een rolstoel in kan. Dus: compacte woningen met dynamiek.”

“Als je aan tiny houses denkt: wil je die dan in je eigen domein of kunnen ze ook aan de overkant zijn?”

“Liefst dichtbij toch.”

“Dan kun je een groter domein nemen met meerdere hokjes.”

“Belangrijk vind ik dat er door het hele gebouw ook ontmoetingsruimten zijn zoals architect Hertzberger al deed. Hier creëer je ontmoeting, cohesie en community.”

“Ja, in elk complex moet minimaal één recreatieruimte zijn. Nu heb je wel zithoekjes op etages, maar daar ga ik nooit zitten.”

 

“Zou u diversiteit, zoals jongeren, in zo’n complex willen? Of liever gelijkgestemden of vrienden?”

“Die keuze kan ik nu nog niet maken.”

“Ik wel. Toen ik niet meer kon traplopen, koos ik ervoor om naar Maassluis te verhuizen om daar voor de toekomst te kunnen blijven wonen tussen de mensen. Ik adviseer dat iedereen: maak die keuze wanneer het nog niet hóeft. Anders heb je geen keus meer.”

“We moeten sowieso eerder nadenken over wonen in de toekomst. We worden over dertig jaar gemiddeld 98 jaar oud. De tijd dat we oud zijn maar nog niet ziek, wordt langer. Dat is toch anders dan dertig jaar geleden, toen je op je zeventigste echt oud was.”

 

Scenario 2: weinig geld, niet hulpbehoevend

‘Thuis’ kan ook met weinig geld

 

Hoe kun je met weinig geld toch gelukkig zijn met je thuis? Of is geld geen probleem? Daarover spreken vier experts bij de brainstorm over ‘thuis over dertig jaar’.

 

“Tja, iedereen heeft wel eens een periode dat ie weinig geld heeft. Ben je dan ook ongelukkig met je woonsituatie?”

“Wél als je gedwongen wordt te verhuizen omdat je niet kunt blijven wonen.”

“Dan nog: geluk is genetisch bepaald, stelt de Rotterdamse hoogleraar Geluk, Ruut Veenhoven. Als je een ton hebt gewonnen, zak je na een tijdje weer terug. Je kunt het gelukniveau niet opkrikken.”

“Volgens mij ben je niet bewust van hoe gelukkig je bent als je gezond bent. Pas als je vrouw Alzheimer krijgt en moet verhuizen, merk je het pas.”

“Omgekeerd: je bent niet alleen gelukkig als je gezond blijft. Ook met een ziekte kun je gelukkig zijn.”

 

“Je kunt het perspectief creëren waardoor je gelukkig bent. Ik zit zelf in de situatie dat ik niet veel jaar meer heb. Ik stel mezelf de vraag: hoe wil ik dan erbij zitten?”

“Vroeger had je de kerk die hulp bood, maar door de ontkerkelijking is er geen samenhang meer. In de toekomst zullen weer groepen ontstaan.”

“Maar hoe blijf je dan jezelf, als je afhankelijk wordt van anderen? Ik kan wel in een hutje op de hei gaan zitten, maar dat werkt dan niet zo. Met weinig geld heb je toch elkaar nodig en moet je bij elkaar wonen.”

“Nou, ik zou wel hartje Amsterdam willen wonen, hoor.”

“Ja, omdat je dan wel moet.”

“Nee, omdat ik dat graag wil, haha.”

Scenario 3: hulpbehoevend en veel geld

Techniek is te koop, menselijke contacten niet

 

Wat luchtiger is het gesprek tussen vijf experts die nadenken over oplossingen voor de toekomst, die ‘veel geld’ als uitgangspunt hebben. Maar niet alles is te koop.

 

“Wie rijk is, blijft toch langer vitaal.”

“Ken je dat programma van Geer & Goor? Daar helpen ze oudjes actief te worden, die daarvoor alleen maar bridgeten. Dan vraag ik me af: ‘Als je er niet bewust van bent, overkomt dat jezelf dan ook dat je niets meer doet? Of zijn we toch echt een andere generatie? Neem mijn ouders: die waren altijd internationaal georiënteerd maar hun wereld is nu veel kleiner. Je wereld wordt sowieso kleiner als je minder kunt.”

“Je moet eigenlijk tien jaar eerder, voordat je al muurtjes hebt opgetrokken en je wereld hebt verkleind, nadenken hoe je actief blijft.”

“Ik geloof wel in de werking van het faciliterende: dan word je veel uit handen genomen. Techniek maakt het leven makkelijker. Als je geld hebt, kun je daarvoor zorgen.”

“Maar ook al heb je geld en kun je die techniek betalen: menselijk contact blijft belangrijk. Je moet ervoor zorgen dat je niet vereenzaamt.”

“Zou je menselijk contact eigenlijk kunnen kopen?”

“Dan kom ik toch uit op een woning waar je dingen samen doet of deelt, maar toch ook je eigen gang kunt gaan.”

“Ik denk aan plekken waar je elkaar kunt ontmoeten. Hoeveel groen is nu ingericht om honden te laten poepen? Richt groen in voor mensen die elkaar kunnen spreken, samen dingen doen. Zodra je buiten komt, heb je menselijk contact.”