Zorgpact 2017

Toekomst­muziek

Zo denken zorgprofessionals over de toekomst

Bekende thema’s binnen het Zorgpact zijn leren in de praktijk en toenemende opleidingseisen. Maar zijn dat ook de onderwerpen waar het veld over spreekt? Of maken zorgprofessionals zich om heel andere zaken druk? We lieten hen de toekomst van de zorg schetsen. De zes thema’s die daaruit naar vormen kwamen verschillen niet wezenlijk met wat het Zorgpact aangeeft. Een overzicht van kansen en bedreigingen.

Een leven lang leren

We krijgen steeds meer en makkelijker toegang tot allerlei vormen van onderwijs. Daarmee kun je ook zij-instromers verleiden om naar de zorg over te stappen. Maar er is niet altijd voldoende ondersteuning en begeleiding. En niet alle docenten weten hoe ze een leven lang leren vorm moeten geven.

Zorg aantrekkelijker maken voor jongeren

Dat is nog niet eenvoudig. Zorg is niet sexy en met een aantrekkende economie zijn er voor jongeren genoeg andere banen te vinden. Gelukkig zijn er ook kansen. Zet meer jonge gedreven zorgprofessionals als ambassadeur in. En vang jongeren beter op, ook in leerbedrijven.

Meer praktijkleren

Gebruik snuffelstages voor een bewustere beroepskeuze. Het zorgonderwijs kan zich veel aantrekkelijker maken voor studenten en ook docenten. Ook voor zittende medewerkers, trouwens. Er moet alleen wel een einde komen aan het vaak starre opleidingsproces. En er moet meer ruimte komen voor onderwijs op locatie.

‘Vul zo snel mogelijk het tekort aan stageplaatsen op’

Soepele overgang vmbo-mbo

Jongelui genoeg: nu moeten ze alleen nog voor de zorg kiezen. Ook met de werkgelegenheid zit het goed. En als we eerder met ze kennismaken, zullen vmbo-leerlingen ook sneller voor zorg en welzijn gaan. Maar pas op, laat jonge studenten niet teveel trucjes doen en vul zo snel mogelijk het tekort aan stageplaatsen op. En laten we eens in een aantal regio’s een proeftuin opzetten met studenten, verpleeghuizen en wijkbewoners bij elkaar.

Innovatie en implementatie zorgtechnologie

Techniek maakt het werk leuker, verlicht het werk, maakt het veiliger. Maar betrek wel je medewerkers tijdig bij nieuwe technologie. En realiseer je dat het invoeren van zorgtechnologie veel geld kost en ook tijd vraagt.

Verduurzaming van de (regionale) arbeidsmarkt

Bundel hiervoor de inzichten van alle betrokkenen. Bewaar de rust, maak niet direct al je geld op. Een oproep aan werkgevers: neem meer je verantwoordelijkheid. En aan HR-medewerkers: denk eens wat regionaler. Tot slot, hoe belangrijk samenwerking ook is, overleg met echt íédereen kan flink stagnerend werken.

De Amsterdamse aanpak

Minder scheidslijnen,
meer instroom

In Amsterdam en omgeving werken zorginstellingen en onderwijs samen om de tekorten op de arbeidsmarkt aan te pakken. De scheidslijnen tussen GGZ, ziekenhuizen, verpleeghuizen en gehandicaptenzorg zijn daarvoor opzij gezet. “Onderscheid tussen sectoren werkt remmend.”

Systemen zijn er omdat ze er zijn. Gewoon, omdat ze historisch zijn gegroeid. Maar op enig moment – bijvoorbeeld bij grote krapte op de arbeidsmarkt – is het zinvol om met een neutrale blik van buiten naar dat systeem te kijken. Is het houdbaar? Is het bijvoorbeeld logisch om te blijven denken in onderscheid care, cure en welzijn?

Generieker opleiden

Eric Hisgen is voorzitter van de Raad van Bestuur Amstelring. Hij stelt dat het onderscheid tussen zorgsectoren remmend werkt om voldoende nieuwe instroom te krijgen. “Opleidingen waren te gedifferentieerd. Zorginstellingen vonden te lang dat ze afnemers waren van scholen. Ze vonden dat scholen de verkeerde mensen leverden op een te laag niveau en dat ze te laat waren met het opleiden van voldoende menskracht. In plaats van scholen bekritiseren moeten instellingen verantwoordelijkheid nemen om mee te denken met opleiders.”
Een van die oplossingen is ontschotten tussen de zorgdomeinen en generieker opleiden. Hisgen: “Een Amsterdamse werkgever leidt op voor Amsterdam, niet voor een sector. Dus voor ziekenhuizen én GGZ, verpleeghuizen en gehandicaptenzorg.”

‘De zorg staat zo in de belangstelling dat er ruimte is om aan regels te werken’

Heilloze discussie

Heleen Jumelet, directeur Gezondheid, Sport en Welzijn bij hogeschool Inholland, stelt vast dat het samenwerken van werkgevers de opleiders inderdaad helpt. “Werkgevers klaagden dat onze studenten niet geschikt waren, wij stelden dat er onvoldoende stageplaatsen en praktijkbegeleiders waren. Die heilloze discussie hebben we achter ons gelaten. Instellingen weten dat ze zelf verantwoordelijk zijn voor stageplekken en denken mee over de opleiding.” Hisgen beaamt dit. “Daarvoor gelden nu ook harde afspraken: bijvoorbeeld zeventien stageplekken op 100 fte.”

Belemmerende regelgeving

Jumelet blijft het opmerkelijk vinden dat ‘we’ worden overvallen door het arbeidsmarkttekort aan zorgprofessionals. Voordeel hiervan is wel dat zowel binnen de opleiding als binnen het werkveld beter wordt gekeken naar wat de burger nodig heeft. Alleen de regelgeving werkt soms belemmerend. “We leiden bijvoorbeeld sportkundigen op, die hun weg vinden binnen de GGZ. Maar ze zijn daar niet voor gekwalificeerd. Als opleider en GGZ-bestuurder moet je dan om de tafel gaan zitten.” Een taak voor Den Haag, vindt ze. Hisgen: “De zorg staat zo in de belangstelling, dat er ruimte is om aan die regels te werken.”

Strategische planning

De Amsterdamse samenwerking tussen zorginstellingen en opleiders heeft zijn plek gevonden in het koplopersinitiatief SPInOV. Dat staat voor Strategische Planning Initiële Opleidingen Verpleegkundige. Hierin participeren zeventien zorgorganisaties (ziekenhuizen, VVT, GGZ en gehandicaptenzorg), vier ROC's en twee hogescholen.