Zorgpact 2017

Waar staan we?

Veel meer samenwerking tussen zorginstellingen en onderwijs. Dat is het belangrijkste resultaat van tweeënhalf jaar Zorgpact. Aanjager Doekle Terpstra, minister Hugo de Jonge en staatssecretaris Paul Blokhuis over de noodzaak en de ambities van het Zorgpact.

Doekle Terpstra, aanjager Zorgpact

‘Merkbaar is belangrijker dan meetbaar’

De relevantie van het Zorgpact is volstrekt niet afgenomen. “Integendeel”, zegt Doekle Terpstra. “Zo staat de vernieuwing van de beroepspraktijk bijvoorbeeld prominent op de agenda.” Dat is één van de thema’s die organisaties niet alleen kunnen oplossen. Daarom is gezocht naar een gezamenlijke aanpak. Het Zorgpact heeft veel samenwerkingen tussen zorginstellingen een duwtje in de rug gegeven. “Maar het is nog niet genoeg”, aldus Terpstra. “De noodzaak voor innovatie en samenwerking in de keten wordt alleen maar groter.”

Leren van elkaar

Het goede nieuws is dat partijen elkaar binnen de regio’s steeds beter weten te vinden. Ook tussen regio’s worden ervaringen gedeeld. Het Zorgpact faciliteert de bijeenkomsten in het land waar koplopers elkaar ontmoeten. Terpstra: “Daar wordt gretig gebruik van gemaakt. Dat vind ik waardevol: leren van elkaar, zonder dat je beleert. De sleutel in de aanpak van arbeidsmarkttekorten is samenwerking en de durf om je eigen instelling niet de belangrijkste te maken. Durf te denken vanuit de vraag: wat is er maatschappelijk nodig en gewenst?”

‘Durf te denken vanuit de vraag: wat heeft de maatschappij nodig?’

Collectieve behoefte

Nieuwe verpleegkundigen en helpenden opleiden op het juiste niveau. Dat is wat nodig is, stelt Terpstra. Hoe vinden we die 125.000 mensen voor zorg en welzijn? Terpstra: “Organisaties redeneren van nature vanuit eigen perspectief en nog te weinig vanuit de collectieve behoefte. Met het Zorgpact proberen we dat te kantelen en dat roept herkenning en erkenning op. En het is heel goed dat de regionale werkgeversverenigingen en RegioPlus verantwoordelijkheid nemen voor die bredere collectieve behoefte. Voor een inclusieve agenda met onderwijs, lokale overheden, zorginkopers en de niet aangesloten leden. We moeten dicht bij de intrinsieke motivatie van mensen zitten. Daar gaan we samen met volle energie mee door.”

Stille revolutie

Het Zorgpact laat kwantitatieve resultaten zien: zestien regionale zorgpacten, zeventig koploperinitiatieven en zestien aanvragen bij het Regionaal Investeringsfonds. Maar Terpstra houdt niet zo van kwantificeren. “De directeur-generaal van het ministerie van VWS constateerde dat er in de zorg sprake is van een stille revolutie. Dat beeld koester ik. We willen vooral laten zien wat de opbrengst kan zijn van samenwerking. Dan is merkbaar belangrijker dan meetbaar.”

Hugo de Jonge,
minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

‘We moeten de zorg echt anders organiseren’

Mooie voorbeelden

“Een paar jaar geleden was in de zorg het vraagstuk van tekorten op de arbeidsmarkt wel aanwezig, maar gebeurde er nog weinig. Dat is veranderd. Op deze Landelijke Werkdag zie je dat er veel gebeurt. Mooie voorbeelden laten zien hoe we de arbeidsmarkt voor de zorg kunnen verbeteren. In 2040 moet één op de vier mensen werken in de zorg om iedereen te kunnen bedienen. Dat is niet realistisch. Het betekent dat we onze zorg echt anders moeten organiseren.”

Rust, orde, regelmaat

“Werkgevers, werkveld en onderwijs moeten bij elkaar komen. De opdracht is overal groot, maar regionaal vaak net even verschillend. Dat pleit voor een regionale aanpak. Tegelijkertijd gebeurt er zoveel in regio’s, dat we wel wat rust, orde en regelmaat kunnen gebruiken. De hoeveelheid tijd die werkgever en onderwijsinstelling kunnen besteden aan initiatieven voor werkgelegenheid en innovatie in de zorg is niet onuitputtelijk. Daar gaan we verder over nadenken, zodat het iets overzichtelijker wordt hoe we onderwijs en zorg en arbeidsmarktvraagstukken met elkaar kunnen verbinden.”

‘Plannen moeten zo concreet mogelijk zijn’

Concrete plannen

“Om de urgentie te laten blijken moeten plannen zo concreet mogelijk zijn. Wil je afspraken maken over strategisch personeelsbeleid, breng dan binnen de regio de vervangingsvraag in kaart, zodat je weet hoeveel mensen in de zorg aan de slag moeten gaan. En zorg er dan voor dat iedere mentor op het vmbo weet dat drie op de tien leerlingen moeten kiezen voor de zorg, omdat de instelling anders niet voldoet aan de opdracht. De precieze cijfers verschillen per regio. Maar dan heb je een duidelijk doel, waaraan je regionaal heel gericht kunt werken.”

Paul Blokhuis,
Staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

‘Overbodige regelgeving opruimen’

“Het opruimen van overbodige regelgeving. Daarmee valt nog veel te winnen. Dat werd me op deze Landelijke Werkdag ook weer duidelijk. Als je kiest voor een ander specialisme moet je als het ware de hele opleiding opnieuw doen. Dat we eisen stellen is logisch, maar dit moeten we toch slimmer kunnen organiseren. Zo zijn er meer regels die we tegen het licht kunnen houden. Er zit veel potentie in de mensen die werken in de zorg, die moeten we optimaal inzetten. Laten we afspreken dat voor de volgende Landelijke Werkdag tien belemmerende regels zijn geschrapt.”

Betere reputatie

Hoe kunnen we mensen motiveren te gaan werken in de zorg? Een oplossing is om de overgang tussen verschillende sectoren in de zorg makkelijker te maken, zoals in Gelderland de Werkgeverij doet. We moeten ons ook zorgen maken over de slechte reputatie van werken in de zorg. Dat stigma moet eraf. Werken in de zorg is mooi en belangrijk werk.”