4x Inspiratie

Noodkreten, zorgpunten en een andere benadering

Hoe leren kinderen? Hoe kun je ze láten leren? En wat is de rol van onderwijsonderzoek? Gerenommeerde sprekers ontvouwden hun visie tijdens het congres. Wat gaven zij de deelnemers mee?

Monique Vogelzang, inspecteur-generaal van het Onderwijs

De zorgpunten

'Wat leveren de onderwijsvernieuwingen eigenlijk op?'

"We doen het gewoon goed. We hebben in Nederland nog steeds de gelukkigste kinderen van de wereld. Steeds meer leerlingen halen een diploma op niveau. Het mbo speelt daar een heel belangrijke rol in. De aansluiting op de arbeidsmarkt is goed, de jeugdwerkeloosheid is erg laag. Maar er zijn ook zorgpunten. We zien dat leerlingen op de kernvakken taal en rekenen achteruitgaan. We zien laaggeletterdheid en laaggecijferdheid toenemen. We zien grote verschillen in prestaties tussen scholen. We hebben te maken met een lerarenkort, ongelijk verdeeld over het land en over de scholen."

"Tegelijkertijd zien we dat ons onderwijs zich enorm aan het vernieuwen is. Maar weten we ook wat onze leerlingen daar daadwerkelijk aan hebben? Het is van groot belang om uit te zoeken wat werkt en wat niet. Helaas zien we dat monitoring en vooral evalueren achterblijven. Dat is iets waar de wetenschap ons bij zou kunnen helpen. Onderwijs gaat over leren. Maar hoe zit het met het lerend vermogen van onszelf? En wat kunnen onderwijs en wetenschap van elkaar leren? Er is genoeg te doen. En dat kunnen we niet alleen. Laten we samen aan de slag gaan."


Jan Bransen, hoogleraar filosofie Radboud Universiteit Nijmegen

De noodkreet 1

'Leg de focus op begrip in plaats van kennis'

"Samen op koers, lees ik op het affiche van vandaag. Maar waarnaartoe? Als we niet ingrijpen, vrees ik voor een implosie die wordt veroorzaakt door gedeeld onbegrip. Wat doet het onderwijsonderzoek aan de zorgen in onze samenleving? Ik word daar niet vrolijk van. En dat zal ik u uitleggen. Die onderzoeker doet zijn best. Neemt afstand. Beschouwt, haalt er modellen bij. Ziet zijn werk als één schakel in de kennisketen. Neemt afstand van de praktijk. Sterker nog, hij creëert een nieuwe praktijk. Met een eigen ingang en uitgang. Hier gaat het mis. Door de productie van algemene kennis creëren we een moeilijke taak: het kunnen toepassen van die kennis."

"Veel onderwijsonderzoek probeert vooral te voorkomen dat verstorende factoren optreden. Maar als de inspanning is dat de omstandigheden gelijk blijven, waarom doen we dan onderzoek? Het doel mag niet zijn het gedrag van de ander te voorspellen. Het gaat erom die ander in concrete situaties te begrijpen. En dat kan al beginnen in de lerarenkamer. Ook daar moet de focus liggen op begrip in plaats van kennis. Kennis leert voorspellen. Begrip leert begrijpen. En dat laatste hebben we nodig."


Felienne Hermans, universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden

De andere benadering

Hoe leren kinderen programmeren?

De jonge programmeur Felienne Hermans zou het klusje wel even klaren: op zaterdagen programmeerles geven aan een groepje gemotiveerde kinderen. Haar eigen Scratch-(programmeer)boek uit de kast, achter in de klas gaan zitten en de kinderen het lekker zelf uit laten vogelen. Zo had ze het immers zelf ook geleerd. Maar dat liep even anders.

"De kinderen vergaten steeds wat ik de week ervoor toch duidelijk had uitgelegd. Ze vonden het heel erg moeilijk. Ik kwam er al snel achter dat ik eigenlijk niks wist van lesgeven", blikt Hermans terug. Daarop verdiepte ze zich in hóé kinderen nu eigenlijk leren en, in dit specifieke geval, hoe kinderen leren programmeren. Daarbij kon ze niet terugvallen op verschillende pedagogische benaderingen, zoals bij reken- en taalonderwijs wel het geval is. Hoe komt dat?

Seymour Papert was de eerste die het programmeeronderwijs ontwikkelde. Hij was in de leer bij de psycholoog Jean Piaget, die volgens het constructivisme werkte. Oftewel, kinderen moeten zelf dingen leren ontdekken. Begrijpelijk, want veel programmeurs hebben vroeger zelf ook al doende leren programmeren. Hermans kwam erachter dat voor haar jonge leerlingen een andere benadering beter werkte.

"Uitleggen", vertelt ze. "En ze codes hardop laten voorlezen. Een recept of formule meegeven. Dat werkt." Waarom? "Je kunt maar een beperkt aantal zaken in je kortetermijngeheugen opslaan. Maar door de uitleg van een docent kun je meer dingen onthouden in het kortetermijngeheugen en ontstaat er ook ruimte in het langetermijngeheugen. Zo onthoud je dingen beter en kun je zelfs verbanden leggen."

Een andere leerstrategie die volgens Hermans werkt, is oefenen. Oefenen, oefenen, oefenen. Daardoor worden kinderen vaardiger en dat maakt ze zekerder, geïnteresseerder en gemotiveerder. En hoe moet je dan oefenen volgens Hermans? "In kleine stapjes. En steeds verschillende dingen. Totdat je het kan."

Inmiddels is Hermans universitair hoofddocent aan de Universiteit Leiden. Ze geeft daar leiding aan de PERL vakgroep perl.liacs.nl.


Paul Kirschner, emeritus professor

De noodkreet 2

'Besteed tijd aan hoe je het best kunt leren'

13.000. Dat is het aantal uren dat we gedurende een schoolcarrière in een klas doorbrengen. Maar besteden we die tijd ook zo effectief mogelijk? Emeritus professor Paul Kirschner vindt van niet. Zijn advies: "Besteed meer tijd aan hoe je het best kunt leren. Je kunt samenvattingen maken, teksten arceren en concept-maps maken tot je een ons weegt, maar als je niet leert hoofd- en bijzaken te onderscheiden, heb je er helemaal niets aan." Leerstijlen verwijst Kirschner ook naar de prullenbak. "Het zijn voorkeuren hoe iemand het liefst kennis tot zich neemt, niet hoe iemand het best leert."

Wat werkt dan wel? "Zorg dat kennis uit het langetermijngeheugen regelmatig in het werkgeheugen komt. Liefst door het te testen. Door de leerling zelf of met een korte vraag van een docent. Hiermee maak je een sterk spoor naar dat langetermijngeheugen en onthoud je informatie langer. Retrieval practice dus. En verspreid dat oefenen (spaced practice). Het is kennis uit 1885, maar nog steeds zo waar: gespreid oefenen geeft een minder steile forgetting curve. En zorg voor interleaving, gevarieerd oefenen dus. Met geblokt oefenen leer je een kunstje, met gevarieerd oefenen leer je nadenken en oplossen."

En wat dan als de kinderen niet gemotiveerd zijn? Kirschner: "Je kunt ze helemaal suf of hyper motiveren, maar daar gaan ze niet van leren. Het werkt namelijk andersom. Bied succeservaring. Zodat ze zien dat ze het kunnen. Dat motiveert. En dan volgt het leren bijna vanzelf."

Leren hoe je wetenschappelijke kennis effectief benut in de lespraktijk? Download gratis twee boeken van Kirschner en zijn coauteurs: www.wijzelessen.nu en www.opdeschoudersvanreuzen.nl.


Vorige Volgende