Recensies

Waar kun je je beter voorbereiden op je lespraktijk dan op het NRO-congres? Studenten aan de Academische Pabo van de Marnix Academie bezochten het congres, deden inspiratie op bij verschillende deelsessies en schreven daar de volgende recensies over.

Het belang van emotionele competentie

Kinderen met een taalontwikkelingsstoornis (TOS) kunnen worden beperkt in hun ontwikkeling. Niet alleen in het schoolse leren, maar ook in hun sociaal-emotionele ontwikkeling. Taal gebruiken we namelijk de hele dag door, om onszelf en anderen te begrijpen en onze emoties te reguleren in contact met anderen. Tijdens deze sessie vertellen Neeltje van den Bedem (Universiteit Leiden) en Ellen Terpstra (Auris) ons meer over veelvoorkomende problemen, onderliggende oorzaken én oplossingen om kinderen met een taalontwikkelingsstoornis te ondersteunen.

door Charlotte Hoegee en Mart Ribberink

Uit cijfers blijkt dat twee op de dertig kinderen een taalontwikkelingsstoornis hebben. Kinderen met TOS hebben moeite met sociale interactie en leren daardoor minder sociaal, met als gevolg dat de ontwikkeling van emotionele competentie wordt bemoeilijkt. Deze kinderen kunnen hierdoor gedragsproblemen ontwikkelen die de onderliggende problematiek, het taalprobleem, overschaduwen.

Het is dus belangrijk om je bewust te zijn van je taalaanbod. Hoe kun je kinderen met TOS ondersteunen?

  • Het helpt om te parafraseren en puntsgewijs na te lopen wat je hebt verteld. Zo kunnen de kinderen weer aanhaken.
  • Zorg voor een afwisselende instructie: laat leerlingen niet alleen luisteren, maar laat ze ook zelf aan de slag gaan of met een coöperatieve werkvorm de stof verwerken.
  • Leg minder nadruk op het luisteren, door onderdelen te visualiseren. Bijvoorbeeld door het doel van de les op het bord te zetten.
  • Ten slotte kun je een kind aan het werk helpen door te vragen: 'Wat ga je nu doen?'.

Een over het algemeen interessante en leerzame sessie, waarmee de deelnemers door de tips zelf direct aan de slag kunnen in de praktijk!


Computational Thinking bij maatschappelijke vraagstukken

Denk jij ook altijd dat Computational Thinking (CT) alleen te maken heeft met programmeren of 'iets met computers'? De workshop van TechYourFuture (expertisecentrum Techniekonderwijs) bewijst het tegendeel.

door Marieke Post en Michelle Kromojahjo

Onderwijskundige Thaisa Rougoor belicht het project 'Samen werken aan Bèta Burgerschap', waarbij leerlingen oplossingen bedenken voor maatschappelijk-technologische vraagstukken. Bèta Burgerschap is een aanpak waarin bèta en technologie worden geïntegreerd in burgerschapsonderwijs. Het leert leerlingen groepsgewijs beslissingen te nemen over oplossingen voor een maatschappelijk-technologisch vraagstuk. In een ander project van TechYourFuture worden ontwerprichtlijnen ontwikkeld voor leeractiviteiten gericht op CT. Maar hoe kan CT worden gecombineerd met het oplossen van maatschappelijke vraagstukken?

Stappen tot resultaat
Onderzoekers Diane van der Linde en Herma Jonker van Windesheim leggen uit dat CT niet hetzelfde is als programmeren, maar dat het een manier is om een probleem aan te pakken en na te denken over handelingen die moeten gebeuren. Leerlingen verzamelen gegevens, ze ordenen ze, zetten zaken in volgorde en proberen de snelste manier te vinden (algoritme) om tot een oplossing of resultaat te komen. CT gaat niet om het resultaat, maar om de stappen die worden gezet om tot het resultaat te komen.

Docent en expert digitale geletterdheid Stephanie van den Kieboom (Het Erasmus, Almelo) geeft voorbeelden uit haar onderwijspraktijk, met verschillende moeilijkheidsgraden. De eerste toepassing is een eenvoudig probleem, zoals het maken van een boterham met boter en hagelslag. Welke precieze stappen moeten worden gezet? Wat gebeurt er als er een stap wordt overslagen? Stelt je eens voor; je doet jezelf voor als een robot en je wilt voor de klas een boterham met hagelslag maken. Laat de leerlingen vertellen wat de volgende stap is. Indien een leerling vertelt de hagelslag op de boterham te doen, maar het pak is nog niet open, ontstaat er een fout of bug. De robot moet weer een stap teruggaan en debuggen.

Parallel geschakelde problemen
Een iets moeilijkere toepassing: diverse enkelvoudige problemen. Een voorbeeld hiervan is eerst een boterham eten en jezelf daarna omkleden. De meest gevorderde toepassingen zijn parallel geschakelde problemen. Door het vraagstuk complexer te maken, bijvoorbeeld door leerlingen na te laten denken over actuele problemen, leren ze niet alleen bèta-skills, maar ook argumentatievaardigheden.

De hedendaagse technologische ontwikkelingen groeien enorm en het is dus aan ons om nieuwe, nog niet bestaande kennis en vaardigheden aan kinderen te leren. Het was een interessante workshop, waarin met behulp van voorbeelden en een opdracht duidelijk werd dat werken aan Computational Thinking-skills op een enorme laagdrempelige manier in lessen geïmplementeerd kan worden. Voor veel deelnemers een echte eyeopener!


Differentiatie binnenstebuiten

Voor veel mensen in het onderwijs is differentiatie een belangrijk thema. Maar hoe komt het dat het bij de ene docent wel lukt en bij de andere niet? Tijdens deze sessie namen Alianne Bakker, onderzoeker Rijksuniversiteit Groningen, en Bodien Grijpstra, docent op het CSG Liudger, ons mee in hun zoektocht naar factoren die een rol kunnen spelen bij succesvolle differentiatie in de klas.

door Quirine van den Dikkenberg en Caya Dijkgraaf

Met het invoeren van de Wet Passend Onderwijs is meer diversiteit ontstaan in klassen. En zogezegd: One size does not fit all. Differentiatie is nodig om tegemoet te komen aan de onderlinge verschillen tussen leerlingen. Bakker vertelt over haar onderzoek, waarin zij docenten een schooljaar lang heeft gevolgd. Hierbij was een van de uitgangspunten de Theory of planned behavior, dat ervan uitgaat dat gedrag in principe 'gepland' is op basis van intenties die men heeft.

Dagboek
Docenten hielden gedurende twintig weken een dagboek bij waarin zij bijhielden wat zij voornemens waren om aan differentiatie in de les te doen en evalueerden of dit ook daadwerkelijk was gelukt. Daarnaast observeerde Bakker de docenten tijdens hun lessen en blikte zij met de docenten terug.

Het voornaamste resultaat van haar onderzoek is dat er tot dusver niet een een-op-een-relatie lijkt te bestaan tussen de intenties van docenten en hun daadwerkelijke gedrag.

Opmerkelijk was dat er heel verschillend werd gedacht over wat differentiatie nu eigenlijk is. Veel differentiatie lijkt onbewust te verlopen en is veelal sociaal-emotioneel gericht (koptelefoon geven, ander plekje of even tijd geven op de gang). Een grotere uitdaging lijkt het differentiëren op daadwerkelijke lesinhoud en niveau van de leerlingen. Een uitdaging om dit nader te onderzoeken.

Leerroute
Hoe kun je nu op een succesvolle manier differentiëren? Leerkracht Grijpstra differentieert in haar klassen met een zelfontworpen studieschema. Hierbij werken leerlingen niet allemaal aan dezelfde opdrachten en niet allemaal in dezelfde tijd. Vanaf vooraf bepaalde leerdoelen bepaalt iedere leerling zelf zijn leerroute voor die week. De leerlingen kunnen een 'eigen uur' als beloning verdienen. Dit alles zorgt voor inzicht, vertrouwen, zelfstandigheid en vooral meer motivatie bij de leerlingen. Bovendien levert het betere leerresultaten op. Het gaat erom dat de leerling laat zien dat hij de leerstof beheerst.

De sessie gaf een duidelijk beeld over het belang van differentiatie. Het is goed om te onderzoeken wat dit inhoudt, wat wij al (onbewust) doen en nog zouden willen en kunnen doen. Wil je meer informatie over het onderzoek of lijkt het je als docent leuk om mee te doen? Mail naar a.a.bakker@rug.nl.


Docent op het snijvlak van onderwijs en onderzoek

Docent zijn op het snijvlak van onderwijs en onderzoek. Hoe doe je dat? Welke lessen kunnen we leren uit het mbo? Onderzoekers Anne-Ruth Oosterbroek en Annoesjka Boersma gaven hier antwoord op.

door Femke den Besten en Madelie van Leijenhorst

Oosterbroek en Boersma bestuderen het onderzoekend handelen van docenten in het mbo. De achterliggende visie is dat onderzoekend werken onderdeel is van het dagelijkse werk van docenten. Een mooie visie, die naar onze mening niet alleen voor het mbo een leidraad kan zijn, maar ook in bijvoorbeeld het po en vo.

Duurzame onderwijsverbetering?
Om die onderzoekende houding te ontwikkelen moeten docenten worden ondersteund. Er zijn zes initiatieven die in het NRO-project worden onderzocht. Zo zijn er op mbo-instellingen innovatie- en kennisplatforms ontwikkeld, practoraten (praktijkgerichte lectoraten) opgezet en wordt er nagedacht over versnelling van de pedagogische dialoog, die executieve vaardigheden van docenten en vervolgens van studenten verbetert. De vraag is nu of deze initiatieven leiden tot duurzame onderwijsverbetering, want dat is uiteindelijk het doel van het onderzoekend handelen.

Vooralsnog verschilt de toetsing per initiatief en is er nog geen algemene toetsing. Wel is er de verwachting dat er bij docenten een kritisch-reflectief werkgedrag kan ontstaan, die leidt tot een duurzame onderwijsverbetering. Oosterbroek en Boersma presenteerden de verschillende elementen waar zij zich samen met hun collega-(docent)onderzoekers op richten: context, interventie, mechanismen en opbrengsten (CIMO).

Nuttig
De betekenis van CIMO had wat ons betreft explicieter kunnen worden toegelicht, maar dit werd duidelijker toen de deelnemers er zelf mee aan de slag gingen. In korte tijd kregen zij de kans om kennis te nemen van de verschillende onderzoeksinstrumenten, die ook in het project werden gebruikt. Vervolgens werd die kennis gebruikt tijdens diverse casussen. Ondanks de wat lastige start bij sommige groepjes vonden er interessante gesprekken plaats. Conclusie: de CIMO-werkwijze en de verschillende onderzoeksinstrumenten, zoals een volgens vaste stappen beschreven interview, werden als nuttig gezien.

Een paar belangrijke lessen zijn al geleerd uit dit project. Een taak voor het management is om onderzoekend handelen te faciliteren en daar tijd voor vrij te maken. Vervolgens is het aan docentonderzoekers een belangrijke taak om hun rol zo goed mogelijk uit te voeren, binnen de bestaande relaties. Dit kan soms best een lastige zoektocht zijn, bleek uit reacties vanuit het publiek, omdat collega's soms niet begrijpen waar je als docentonderzoeker mee bezig bent. Of omdat collega's niet zitten te wachten op resultaten en conclusies uit jouw onderzoek.

Vorige Volgende