
Leestijd: 5 min
Het OM is hard aan het werk om de komst van de nieuwe zorgwetten voor te bereiden. Ook ketenpartners treffen voor-bereidingen. Maar wie zijn die ketenpartners en welke rol hebben zij precies binnen de nieuwe wet? Maak in een serie portretten kennis met enkele ketenpartners.
De aftrap is voor MIND, deze organisatie wil psychische problemen voorkomen en mensen die hiermee te maken krijgen ondersteunen. Dit doen ze door informatie te bieden, onderzoek te doen, projecten uit te voeren en actie te voeren. Aan het woord is Rutger Colin Kips.
Rutger is ingehuurd door MIND om de belangen van cliënten en hun familie te behartigen binnen de keten bij de implementatie van de nieuwe zorgwetten Wvggz en Wzd. Hij neemt daarvoor onder andere deel aan het LKO (landelijk ketenoverleg) en verschillende werksessies. Deze rol vervult hij nu bijna twee jaar, maar hij is al tien jaar betrokken bij de totstandkoming van de wet. “Ik ken de wet dan ook van binnen en van buiten,” aldus Rutger.
“De implementatie is goed op gang gekomen en er gebeurt steeds meer. In het begin heb ik meermaals mijn zorg geuit of het OM wel haar nieuwe rol zou pakken. Traditioneel speelde het OM een veel kleinere rol. Oorspronkelijk stond in de wet omschreven dat een onafhankelijke partij (wie was dit?) een advies uit moest brengen aan de rechter. Deze rol is komen te vervallen en bij het OM belegd. Het OM heeft echter geen zorginhoudelijke kennis, net zoals dat de rechter dat niet heeft.
Alle zorginhoudelijke kennis komt bij 1 partij vandaan. Weliswaar van drie verschillende functionarissen, te weten de geneesheer-directeur, de behandelend arts en de onafhankelijke psychiater, maar uiteindelijk zijn deze functionarissen alle drie werkzaam bij dezelfde zorginstelling. Het systeem gaat dan niet meer systematisch beschermen tegen ongewenste invloeden, waardoor tunnelvisie op de loer ligt.
'Het OM heeft de regierol gekregen in het proces en moet als onafhankelijke partij toetsen of de rechts-bescherming wel goed is nageleefd. De OvJ kijkt heel kritisch mee met de artsen of aan allerlei minder voor de hand liggende voorwaarden is voldaan. De medewerkers van het OM die ik in de verschillende overleggen spreek, drukken mij op het hart dat het OM deze taak serieus oppakt. Ik vind de samenwerking met het OM bijzonder constructief, net als met de andere ketenpartners. Ik zou echter pas echt tevreden zijn geweest wanneer het wetsvoorstel zoals dat origineel in 2008 is voorgelegd, zou zijn aangenomen. Helaas is dat niet zo. Ik zie momenteel veel urgentie bij de aanbieders en de gd’s over de invulling van ambulante dwang. Maar wat mij betreft zou het eigenlijk moeten gaan om het terugdringen van verplichte zorg, één van de oorspronkelijke wensen.'
Beter zou het zijn als je een bepaalde mate van samenwerking bereikt. In mijn ogen zou nog harder geprobeerd moeten worden om de gedwongen zorg te voorkomen, die urgentie mis ik. De vraag zou moeten zijn: ‘Hoe gaan we voorkomen dat mensen in zorg komen.’ Vanuit de patiënt gezien, maar ook vanuit de samenleving bespaar je daarmee een boel. Het is misschien niet in cijfertjes uit te drukken, maar het is moeilijker om gunstige uitkomsten te hebben uit trajecten waar dwang in voor komt. De vrijwilligheid handhaven verbetert de verhoudingen tussen behandelaar en patiënt en heeft dus betere resultaten tot gevolg. Ook bij een terugval zal een patiënt sneller geneigd zijn om naar een zorgaanbieder toe te stappen, waardoor erger kan worden voorkomen. Ik ben dus van mening dat we altijd moeten blijven streven om vrijwilligheid te handhaven of te herstellen. Laten we ons daar vooral voor blijven inzetten.
VRAAG AAN DE OFFICIER
Aan officieren wil ik vragen om zich bij elke casus af te blijven vragen of er echt geen opties meer in vrijwilligheid zijn, om dwang te voorkomen. Vraag je altijd af of er echt wel uitputtend gezocht is naar vrijwillige zorg. Ook bij patiënten die al langdurig gedwongen zorg krijgen, is het echt niet mogelijk om een doorbraak te forceren? Het overgrote deel van de patiënten heeft geen kwalijke bedoelingen, maar ze zijn ziek. Het systeem mag deze mensen niet in de steek laten. Samenwerking is uiteindelijk de sleutel van succes voor de zorg.
Dit interview is afkomstig uit de OM-nieuwsbrief van 28 november over de WvGGZ.an Schoonderwoerd den Bezemer.