
Resultaten Pilot
In opdracht van het programma ‘Straf met Zorg’ onderzochten OM, Politie, Veilig Thuis (VT), Het Crisis Interventieteam (CIT), de Raad voor de Kinderbescherming (RvdK) en 3RO of, hoe en binnen welke zaken vroegtijdige afstemming een meerwaarde oplevert.
Tien weken lang werden alle zaken in een vroeg stadium op tafel gelegd. Om zo samen de veiligheid te taxeren en acties daarop te bepalen. Dat leverde waardevolle inzichten en lessen op.
Alle zaken in een vroeg stadium op tafel is makkelijker gezegd dan gedaan. Het was dan ook even zoeken in het begin naar een manier van samenwerken en anders inschatten, denken en handelen. Zowel binnen de afzonderlijke organisaties als onderling. Wat betekenen de bevindingen voor het OM en zijn ketenpartners? We geven graag een kort overzicht. Allereerst nemen de deelnemers je in een korte video mee in de ervaringen en inzichten die zij kregen tijdens de pilot.
De continue en gezamenlijke risicotaxatie op veiligheid staat in de aanwijzing Huiselijk Geweld en Kindermishandeling voorgeschreven. Het daadwerkelijk zo werken werd gezien als de belangrijkste meerwaarde van de vroegtijdige afstemming. Het gezamenlijk wegen van informatie helpt om een afweging te maken of en zo ja welke interventies vanuit justitie en/of zorg ingezet moeten worden.
In het grootste deel van de zaken die we behandelden in de pilot vond deze risicotaxatie echter niet gezamenlijk plaats, niet continu plaats of zelfs helemaal niet. De pilot liet ook zien dat een deel van de huiselijk geweld zaken het OM niet bereikt, omdat partners (inclusief het OM) opsporingsindicaties voor huiselijk geweld niet herkennen of de noodzaak voor het opstarten van een strafrechtelijk onderzoek niet vertalen naar handelen.
Het bleek in de pilot ook niet goed mogelijk om eenduidige selectiecriteria te formuleren voor het type zaken/meldingen waarin vroegtijdige afstemming het meeste van toegevoegde waarde heeft. De conclusie is dan ook dat in het merendeel van de zaken het OM en politie niet in lijn met de bestaande Aanwijzing handelden. Dit komt onder andere vanwege bovengenoemde redenen, de aard van huiselijk geweld zaken en een gebrek aan kennis over de gedeelde visie en aanpak van huiselijk geweld.
Kennis en vaardigheden zijn nodig om te gaan handelen volgens de bestaande Aanwijzing. We hebben het dan over kennis van het fenomeen huiselijk geweld en onze partners in het netwerk. Dat betekent dat je naast de namen van professionals ook hun wettelijke taken, bevoegdheden en cultuur dient te begrijpen. Om vervolgens te weten: ‘Wat kan ik vanuit mijn eigen organisatie in het samenspel van interventies bijdragen aan de veiligheid binnen een gezin of systeem? Dat vraagt om vaardigheden rondom samenwerken en sturen in een netwerk.
Het regelen van zaakseigenaarschap is noodzakelijk in zaken van huiselijk geweld, waarbij de zaakseigenaar idealiter specialist is in het behandelen van dit type zaken.
Het is erg belangrijk vanaf het begin te beschikken over relevante informatie over de achtergrond van de verdachte of de dynamiek van een gezin of systeem waartoe de verdachte behoort. Deze informatie kunnen we bij de 3RO ophalen en de 3RO kan het OM op zijn beurt adviseren. En dat op zo’n manier dat het advies gedurende de tijd indien nodig aangepast kan worden. Een scherpe vraagstelling van onze kant richting 3RO kan hier ook aan bijdragen; Wat hebben we wanneer van 3RO in welke zaken nodig? 3RO kan ons daarmee maatwerk aan de voorkant leveren.
Het handelen van het OM is in huiselijk geweldzaken noodzakelijkerwijs voor een belangrijk deel gebaseerd op risicotaxatie van anderen. Het OM heeft daarbij behoefte aan dat die risicotaxatie door anderen gezamenlijk en geïntegreerd is opgesteld. Oftewel om vanuit het OM de “goede” dingen te doen volgens de bestaande Aanwijzing is het belangrijk dat VT en de 3RO een onderbouwde inschatting maken van de veiligheid. Bijvoorbeeld in de overweging of ambtshalve vervolging nodig is. Al dan niet aangevuld met informatie van politie.
De bevindingen uit de pilot maken helder wat nodig is om als OM het werk in huiselijk geweld goed te kunnen uitvoeren. De uitkomsten uit de pilot worden meegenomen in de ontwikkelingen die in brede zin op huiselijk geweld plaatsvinden. Meer concreet bij:
Het project ‘eerste 24 uur’ in de ontwikkelagenda van het netwerk zorg/straf huiselijk geweld/kindermishandeling. Lees meer
De opdracht van de VVE ZSM om te komen tot een gefaseerde aanpak van huiselijk geweld met Veilig Thuis op ZSM. Lees meer
De doorontwikkeling van de selectiviteitskaders ten opzichte van huiselijk geweld, zodat de juiste strafzaken instromen.
PRAKTIJKVOORBEELD VAN HET NIET VOLGEN VAN DE AANWIJZING
De politie wordt gebeld door Mirjam. Ze maakt zich zorgen om haar vriendin Yvonne en haar vierjarige zoontje. Ze heeft haar al een aantal dagen niet gezien en gesproken.
Het CBK overlegt nog met de officier van justitie van ZSM. Deze ziet weinig tot geen kans in het strafrecht in deze zaak met betrekking tot de uitspraken van Olivier aangezien het bewijs moeilijk rond te krijgen valt. Daarnaast merkt de Officier op dat de hulpverlening betrokken is en dat deze vooral op de voorgrond kan staanroken en er is geen normaal gesprek met haar te voeren. Haar zoontje vertelt dat hij al een aantal dagen niet echt gegeten heeft en ook niet heeft gedoucht. Ook vertelt het kind aan de vriendin van moeder dat hij is geschopt en geslagen door moeder, dat hij is opgesloten in zijn kamer zodat mama bier kon halen en dat zijn mama bier over hem heen heeft gegooid. Hij vertelt haar dat hij niet meer naar huis terug wil.
Het CBK overlegt nog met de officier van justitie van ZSM. Deze ziet weinig tot geen kans in het strafrecht in deze zaak met betrekking tot de uitspraken van Olivier aangezien het bewijs moeilijk rond te krijgen valt. Daarnaast merkt de Officier op dat de hulpverlening betrokken is en dat deze vooral op de voorgrond kan staan.
VRAGEN
Heb je vragen over dit project?
Neem dan contact op met Judith