
Hein Vogel en Carlo Welten zijn deelnemers van respectievelijk het LVB(Licht Verstandelijke Beperking)-experiment Rotterdam en het project Wijkrechtspraak Rotterdam. Beide strafrechtadvocaten zijn stellig over hun bijdrage in deze pilots: we zijn geen maatschappelijk hulpverleners; de juridische belangen van cliënten staan voorop. Dat betekent niet dat de sociale advocatuur geen cruciale rol speelt in zaken waar sprake is van multiproblematiek of kwetsbare verdachten. Welke bijdrage leveren de Rotterdamse strafrechtadvocaten dan wel in deze lokale samenwerkingen om te komen tot maatwerk?
Het LVB-experiment ging in november 2019 in de Tarwewijk in Rotterdam-Zuid van start en werd dit jaar verlengd met een jaar tot 1 juli 2021. Met de verlenging is het experiment uitgebreid naar omliggende wijken Oud-Charlois en Carnisse en worden ook minderjarige verdachten in het experiment meegenomen.
Het LVB-experiment richt zich op kwetsbare jongeren tot 23 jaar waarover bij professionals in de wijk (wijkagenten, wijkteam, jongerenwerk etc.) zorgen zijn vanwege overlast, mogelijk ondermijnende activiteiten en vermoedens van criminaliteit. Anderzijds gaat het om aangehouden verdachten van VVC-delicten bij wie vermoedelijk sprake is van LVB-problematiek.
Het doel is het voorkomen van nieuwe instroom en het verminderen van recidive, preventie bij jongeren tot 23 jaar en een aanpak op maat bij verdachten van VVC-delicten. Het OM neemt in dit experiment meer tijd voor de OM-hoorzitting en houdt deze in de wijk waar verdachte woont. In het contact met verdachte past het OM de bejegening aan op het niveau van verdachte.
Om dit te bereiken werken een flink aantal Rotterdamse organisaties samen: sociaal wijkteams gemeente Rotterdam, Jongerenwerk op Zuid, DOCK, politie, Openbaar Ministerie, Reclassering, Raad voor de Kinderbescherming, Jeugdbescherming Rotterdam-Rijnmond, William Schrikker Stichting, Het Praktijk College, de sociale advocatuur, Jongerenloket, Werk & Inkomen gemeente Rotterdam, Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond, Nationaal Programma Rotterdam Zuid en het ministerie van Justitie en Veiligheid.
“Je moet als advocaat een extra antenne hebben om indicaties van een mogelijke (LVB) te herkennen en de tijd nemen voor deze zaken. Geen jargon gebruiken, maar begrijpelijke taal spreken en telkens controleren of cliënt begrijpt wat er wordt gezegd of gevraagd”, reageert Hein Vogel vanuit zijn auto, onderweg naar een volgende cliënt.
In eerste instantie is het zaak om te onderzoeken of er sprake is van een LVB. In het experiment is het de verantwoordelijkheid van de advocaat om voorzichtig bij zijn cliënt af te tasten of hij bereid is om mee te werken aan een test. Of een ‘oefening’ zoals Vogel het eenvoudiger verwoord bij zijn cliënten. Het gaat dan om de SCIL-test (Screener voor Intelligentie en Leerbeperking). Een gangbaar instrument om snel het vermoeden van een licht verstandelijke beperking te kunnen vaststellen.
Zodra LVB is vastgesteld, gaan alle partners in het LVB-experiment aan de slag om er voor te zorgen dat het strafproces aansluit bij de beperking van verdachte. Dat begint bij het verhoor waar de advocaat bij aanwezig is en waar de politie extra toetst of de verdachte met een LVB de vragen heeft begrepen. Het OM en de reclassering zorgen vervolgens zoveel mogelijk voor zowel afdoening van de zaak als een taakstraf in de eigen
wijk.
Als het zover komt, want niet alle cliënten werken mee aan een SCIL-test, soms beroepen zij zich op hun zwijgrecht of ze gaan niet akkoord met een voorstel van de reclassering. En daar stopt dan ook de bijdrage van de strafrechtadvocaat. Het is niet zijn rol om cliënten bij de hand te nemen, laat Vogel weten. Evenmin geeft hij tijdens overleggen met partners van het LVB-experiment alle informatie prijs die hij heeft over zijn cliënt.
Tegelijkertijd zijn zowel Vogel als Welten positief over de Rotterdamse pilots, omdat deze andere aanpak er voor zorgt dat het strafproces en de
afdoening beter aansluit bij de belevingswereld en problematiek van hun cliënten. Hoe is het voor een advocaat om op deze manier min of meer onderdeel te worden van het ‘systeem’? En hoe ervaren verdachten deze nieuwe benadering van een strafzaak?
Afgelopen zomer was de eerste zitting van het project Wijkrechtspraak Rotterdam. Dit project richt zich op het integraal aanpakken van multi-problematiek. Niet alleen komt de rechter naar de wijk van verdachte, ook kijkt één rechter integraal naar de verschillende rechtszaken van een gezin of persoon.
Voor het tot een zitting komt, werken wijkteams van de gemeente, politie, het OM en de advocatuur samen om zaken te signaleren, in kaart te brengen en uiteindelijk op zitting te agenderen.
Binnen een Multidisciplinair Overleg binnen het Zorg- en Veiligheidshuis wordt informatie uitgewisseld vanuit de betrokken organisaties en worden adviezen voor de zitting geformuleerd. Ook wordt besproken of en hoe hulpverlening ingezet moet worden.
Het doel van deze benadering is om problemen van mensen effectief aan te pakken door actief regie te voeren en met elkaar beslissingen in samenhang te nemen.
Carlo Welten vertegenwoordigt de advocatuur in het project Wijkrechtspraak Rotterdam.
Inmiddels heeft Carlo Welten zijn rol te pakken in de MDO’s waar hij sinds afgelopen zomer aan deelneemt voor het project Wijkrechtspraak Rotterdam. In deze overleggen zitten alle betrokken instanties aan tafel en ook hier is het als strafrechtadvocaat balanceren tussen het doel van het project en de belangen van de cliënt. “Het helpt daarbij dat alle ketenpartners voorlichting geven over elkaars werkveld en verantwoordelijkheid. Als belangenbehartiger kun je niet alle informatie delen die je over of van cliënt hebt”.
Wat beide advocaten positief ervaren aan hun deelname aan de Rotterdamse pilots, is de korte lijnen en betere samenwerking met de betrokken organisaties, waaronder het OM. Een lijstje met contactpersonen en telefoonnummers van alle organisaties blijkt een eenvoudig middel om tijdig informatie te delen en af te stemmen waar nodig.
Carlo Welten maakte in zijn carrière niet eerder mee dat hij al zo vroeg in het strafproces kan praten over het verloop van een strafzaak. “Het is een enorm voordeel om vanaf het begin aan te schuiven bij overleggen met andere instanties en daardoor meer informatie te krijgen over je cliënt, de andere problemen die spelen en wat er is gebeurd. Je krijgt hierdoor veel sneller een goed beeld van de positie van je cliënt. Bovendien is in de overleggen voldoende ruimte als advocaat om met andere voorstellen of een creatieve aanpak te komen die uiteindelijk wellicht effectiever is”.
Hoewel het project Wijkrechtspraak Rotterdam recent van start ging, ziet Welten een positieve impact bij cliënten. “Hun zaak krijgt prioriteit, er is op tijd een advocaat bij, de zitting vindt plaats in hun eigen wijk Hillevliet en het motiveert als de hulpverlening snel op gang komt. Het vertrouwen in de hulpverlening komt langzaam terug bij cliënten.”
Net als Vogel benadrukt Welten geen hulpverlener te zijn, maar zegt wel dat hij als strafrechtadvocaat min of meer een coachende rol heeft. Hij moedigt cliënten aan bepaalde voorwaarden na te leven en vooral vol te houden. Voor een van zijn cliënten was bij de tweede zitting van de Wijkrechtspraak al een traject bij een afkickkliniek in gang gezet. “Cliënt ziet in zo’n geval dat er vooruitgang in is, dat zijn zaak serieus wordt aangepakt. Dat helpt om op het goede spoor te blijven.”
Wil je meer informatie over een van deze projecten? Neem dan contact op met Loes van der Wees projectleider Nationaal Programma Rotterdam Zuid.
Wil jij de online nieuwsbrief 'Straf met Zorg' in de toekomst ontvangen?
Meld je dan aan via strafmetzorg@om.nl