Hoe wordt de aanpak van problematische jeugdgroepen geregisseerd? Vervullen gemeentes met de inzet van procesregisseurs de regierol? Word jij als professional binnen het OM voldoende gefaciliteerd voor de uitvoering van het werkproces?

Deze en andere vragen passeerden de revue in de evaluatie van de implementatie van het werkproces rondom de ‘integrale aanpak problematische jeugdgroepen’. Medio 2017 startten parketten met een nieuw werkproces rondom de integrale aanpak problematische jeugdgroepen. De evaluatie belicht de wijze van uitvoering van de verschillende stappen en onderdelen van dit werkproces vanuit de rol van het OM. Bevraagd zijn betrokken beleidsmedewerkers en een aantal hoofden Beleid & Strategie.

Rolopvatting OM

Het grootste gedeelte van de gemeenten pakt de voor hen bestemde regierol op. In een aantal gemeenten pakt het OM nog (tijdelijk) deze rol omdat gemeenten dat nog onvoldoende lijken te doen. De vraag is of dat een wenselijke situatie is en zich verhoudt tot de eigen opdracht van het OM. Daar waar het gaat om de samenwerking geven respondenten aan dat ze graag een centrale contactpersoon willen. Iemand die regionaal als eerste aanspreekpunt fungeert zowel intern-als extern. Ook landelijk is er behoefte aan een contactpersoon voor de verbinding tussen de parketten.

Delen ervaringen en best practices

In de algemene reflectie op het werkproces kwam naar voren dat er meer inzicht gewenst is in de relatie en afstemming tussen het werkproces en bijvoorbeeld de Top-X en de persoonsgebonden aanpak (PGA). Ook bestaat de wens om ervaringen en best practices over de strafrechtelijke aanpak en inzet met elkaar te delen.

Delen van informatie

Uit de evaluatie spreekt verder een wens voor een landelijk template rondom het delen van informatie. Een template waarin beschreven staat welke informatie we verzamelen als OM en op welke momenten en wijze we informatie delen met ketenpartners. Ook wat daarbij wettelijk is toegestaan in het kader van privacywetgeving. Verder vragen de respondenten om ict-ondersteuning voor de registratie van de namenlijsten.

Integrale aanpak

De respondenten zich af wat nut en noodzaak is van het delen van namenlijsten met het OM over niet-criminele jeugdgroepen. Nader onderzoek hiernaar is gewenst. Naar voren komt ook dat slechts een aantal parketten de nieuwe handreiking ‘duiding’ gebruikt. Deze handreiking biedt juist ondersteuning bij het in kaart brengen van de rol van het OM bij groepen die niet volledig of volledig niet crimineel zijn. Mogelijk speelt onbekendheid met de handreiking hierbij een rol.

Vaststellen mogelijkheid tot vervolging

Om een opsporingsindicatie en/of mogelijkheden tot vervolging vast te kunnen stellen zijn volgens de respondenten kwaliteitsrapportages en verdiepende analyses nodig. Informatie uit de standaardrapportage van de politie is daarvoor op dit moment nog onvoldoende.

Wat gebeurt er met de uitkomsten?

De evaluatie heeft tot concrete aanbevelingen en een voorstel tot acties geleid. Voor de opvolging zijn nu verschillende partijen aan zet. De landelijk coördinerend jeugdofficier pakt een aantal van deze acties op en monitort het komend jaar of alle acties worden opgevolgd.