
Officier van Justitie Jeroen Klein Egelink over die ene zaak die hem liet zien dat je meer impact kunt maken door verder te kijken dan alleen de strafzitting.
Ze zou door haar moeder aan haar haren zijn getrokken, getrapt en geslagen.
De alarmbellen bij mijn collega’s op ZSM gingen af toen ze van dit 17-jarige meisje hoorden dat haar vader vanuit Turkije de opdracht gaf voor de mishandelingen. Doordat ze een seksuele relatie had gehad met een jongen, was de familie-eer geschonden. Die moest hersteld. Eergerelateerd geweld dus. En zo belandde de zaak op mijn bureau.
Met deze informatie was het voor mij heel duidelijk wat er moest gebeuren; die vader werd aangehouden en vastgezet. En voor het meisje werd een veilige opvangplek geregeld. Maar wat voor mij ook meteen duidelijk was dat deze situatie niet zou eindigen door een strafzaak. Als officier kan ik een straf eisen, want waar hij van verdacht werd dat kon absoluut niet. Maar dat gevoel van die geschonden eer herstelt niet door een strafzitting.
De vader, het hoofd van deze familie, zat nu vast. Dat is aan de ene kant goed, want hij heeft een schadelijke invloed. Maar tegelijkertijd kan hij ook een goede invloed hebben door de verhoudingen weer te herstellen. Wat is het effect op die verhoudingen als hij nog langer vast blijft zitten? Met die vragen bracht ik de zaak in bij het Zorg en Veiligheidshuis.
Daar besloten we het bedrijf ECS in te schakelen. Zij zijn gespecialiseerd in eergerelateerd geweld en het herstellen van de omgang wanneer culturele aspecten meespelen. Al vrij snel gingen ze in gesprek met de verdachte. Uitleggen hoe het in Nederland werkt. Dat je hier als meisje je eigen gang mag gaan. Dat er best sprake mag zijn van culturele verschillen of een gevoel van aantasting van de eer, maar dat geweld niet wordt getolereerd. Ook het Landelijk Expertise Centrum Eergerelateerd Geweld (LEC EGG) van de politie dacht mee wat nu de beste vervolgstap zou zijn. Hoe beperken we het risico dat het opnieuw fout gaat? Door deze vader langer vast te houden tot aan de zitting? Of om, zoals ECS al was begonnen, nu al te gaan werken aan herstel van de verbinding tussen vader en het gezin?

Het voelde gek, maar uiteindelijk besloot ik om de man in vrijheid te stellen. Met een contactverbod tot aan de zitting. Om hem zo te laten werken aan herstel. Want zolang hij vastzit wordt er niks gerepareerd en wordt de wrok tegenover zijn dochter alleen maar groter.
Het was een weloverwogen besluit, de risico’s waren minimaal. Ik voelde me gesteund door de deskundigen en het feit dat vader openstond voor gesprekken met ECS. Waar dat ongemakkelijke gevoel in zat? Misschien wel door de heersende opvattingen in de maatschappij dat we hard moeten optreden en alle risico’s moeten uitsluiten. En dat deze beslissing kan overkomen als soft.
Maar ik geloof er echt in dat het beter is om recidive tegen te gaan door dit soort trajecten op te zetten. Vergelding en preventie kunnen elkaar soms bijten. Doordat de inzet van enkel het strafrecht het leed groter maakt. Als we hadden gewacht met het inzetten van deze gesprekken tot na de zitting, een half jaar of langer later, dan was er mogelijk veel verpest in dit gezin. Binnenkort komt de zaak op zitting. Al die tijd heeft de verdachte contact met ECS gehad. En ik hoop echt dat hij op zitting laat zien dat hij beseft dat grenzen zijn overschreden en aan zichzelf heeft gewerkt.
Eergerelateerd geweld, huiselijk geweld, het zijn zaken die gaan over relaties. Als OM kunnen we ingrijpen en een straf eisen. Maar die mensen moeten met of zonder elkaar door. We moeten meer kijken hoe we daar de juiste voorwaarden voor kunnen creëren. Ik denk dat het goed is dat officieren wat vaker verder kijken dan de klassieke manier van aanhouden, in bewaring stellen, gevangenhouding en de verdachte al dan niet geschorst voor de rechter brengen. Samen met een Zorg en Veiligheidshuis een plan maken naast alleen straffen. Geef jezelf daar in de veelheid aan zaken de tijd en ruimte voor. Misschien is het naïef, maar ik heb het idee dat we dan echt het verschil kunnen maken.
Jeroen Klein Egelink is netwerkofficier voor het gebied Gelderland-Midden. Hij is verantwoordelijk voor de veeleisende zaken in deze regio waarin een persoonsgebonden aanpak voorop staat. Het gaat dan om zaken op het gebied van stalking, huiselijk geweld, eergerelateerd geweld, vermissingen, jeugd en veelplegers. Als netwerkofficier heeft hij een goed overzicht van wat er speelt in de regio en werkt hij samen met de andere partners binnen de Zorg- en Veiligheidshuizen.